Ga verder naar de inhoud

KC06/24-0201

Fondée Irrecevable KC - Dendermonde Commission des plaintes Transfèrement Mesure provisoire
VOORLOPIGE MAATREGEL - GEGROND - GEEN BESLISSING DIRECTEUR - TRANSFER - BEVOEGDHEID

De klacht betreft een voorlopige maatregel en een bezwaar tegen een overplaatsing van de directie van de gevangenis van Dendermonde.

Inzake de overplaatsing is de klacht niet-ontvankelijk.

De klachtencommissie is bevoegd voor het behandelen van klachten tegen elke beslissing die door of namens de directeur ten aanzien van de gedetineerde werd genomen. Met beslissing wordt gelijkgesteld: het verzuim of de weigering om een beslissing te nemen binnen een wettelijke termijn, of bij het ontbreken ervan, binnen een redelijke termijn.

Een beslissing inzake overplaatsing wordt genomen door ambtenaren van de penitentiaire administratie die daartoe door de directeur-generaal worden aangewezen. Dergelijke beslissing (of gebrek daaraan) is géén beslissing (of verzuim) van de directeur in de zin van artikel 148 van de Basiswet. De klachtencommissie is dus niet bevoegd om kennis te nemen van de klacht tegen de beslissing waarbij klager wordt overgeplaatst naar een andere gevangenis.

Inzake de voorlopige maatregel is de klacht ontvankelijk en gegrond.

De voorlopige maatregel van 16/08/2024 is een beslissing die door de directeur ten aanzien van klager werd genomen. De klacht is voldoende duidelijk uiteengezet en is tijdig ingediend voor de bevoegde Klachtencommissie. De klacht tegen de voorlopige maatregel is ontvankelijk.

De directie leidde uit het RAD af dat het gedrag van klager een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid uitmaakte. De klachtencommissie kan echter uit geen enkel element afleiden dat het gedrag van klager een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid in de gevangenis uitmaakte.

Bovendien blijkt uit de tuchtrechtelijke hoorzitting van 19/08/2024 dat de gedetineerde dacht dat hij de transfer kon weigeren. Klager merkt ook op dat hij de transfer geweigerd heeft omdat hij geen tijd had om zijn zakken te maken en zijn ‘spullen’ in te pakken. Hij werd niet op voorhand verwittigd en ingelicht.

De klachtencommissie is van mening dat na een gesprek met de directie onmiddellijk een oplossing had kunnen worden gevonden. De directie diende geen voorlopige maatregel op te leggen.

Gelet op voormelde is de klachtencommissie van oordeel dat niet voldaan is aan het subsidiariteitsbeginsel en dat de directie bij het opleggen van de voorlopige maatregel een kennelijke beoordelingsfout heeft gemaakt. De klacht is dan ook gegrond.