KC06/24-0165
Non fondée
KC - Dendermonde
Commission des plaintes
Disciplinaire
Mesure d'ordre
TUCHT - ARBEID - ONTSLAG
De klacht betreft een tuchtbeslissing en een afzetting van werk van de directie van de gevangenis van Dendermonde.
Wat betreft de tuchtsanctie: klager werd onmiddellijk onder voorlopige maatregel geplaatst. Hij werd gehoord op de tuchtrechtelijke hoorzitting van 08/07/2024. Tijdens de hoorzitting heeft klager niet ontkend dat de feiten hebben plaatsgevonden zoals omschreven in het RAD.
De klachtencommissie is van oordeel dat de directie de feiten bewezen kon achten op basis van het duidelijke RAD. De klachtencommissie vindt deze tuchtbeslissing wettig, redelijk en billijk.
De directie kon binnen de grenzen van de redelijkheid oordelen dat de feiten die aan klager werden ten laste gelegd, bewezen waren.
De eerste kwalificatie is een tuchtvergrijp van de eerste categorie , dat kan worden gestraft met afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte voor een maximumduur van dertig dagen .
Bijgevolg komt de straftoemeting van 20 dagen ATV over als niet onredelijk zwaar.
Bovendien werd de voorgaande voorlopige maatregel correct in mindering gebracht van de tuchtsanctie overeenkomstig artikel 145, §3 Basiswet.
Wat betreft de afzetting van werk: klager was tewerkgesteld en het voelt voor hem als dubbele bestraffing dat hij ook werd ontslagen.
De directie geeft aan dat klager zijn werk heeft verloren door zijn onbeschikbaarheid tijdens zijn verblijf in ATV.
Hoewel de directie er zich inderdaad moet van vergewissen dat een ontslag, dat gelijktijdig met een tuchtsanctie wordt opgelegd, zich niet voordoet als een bijkomende (verdoken) tuchtmaatregel, stelt de klachtencommissie vast dat het ontslag thans enkel en alleen voortvloeit uit de onbeschikbaarheid van klager gedurende zijn verblijf in ATV.
De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie desgevallend de continuïteit van de keukendienst moet bewaken en aldus een andere gedetineerde zijn plaats innam.
De klachtencommissie stelt bovendien vast dat klager intussen terug op de werkerslijst werd geplaatst, zodat dit aspect van de klacht ongegrond wordt verklaard.
De klacht betreft een tuchtbeslissing en een afzetting van werk van de directie van de gevangenis van Dendermonde.
Wat betreft de tuchtsanctie: klager werd onmiddellijk onder voorlopige maatregel geplaatst. Hij werd gehoord op de tuchtrechtelijke hoorzitting van 08/07/2024. Tijdens de hoorzitting heeft klager niet ontkend dat de feiten hebben plaatsgevonden zoals omschreven in het RAD.
De klachtencommissie is van oordeel dat de directie de feiten bewezen kon achten op basis van het duidelijke RAD. De klachtencommissie vindt deze tuchtbeslissing wettig, redelijk en billijk.
De directie kon binnen de grenzen van de redelijkheid oordelen dat de feiten die aan klager werden ten laste gelegd, bewezen waren.
De eerste kwalificatie is een tuchtvergrijp van de eerste categorie , dat kan worden gestraft met afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte voor een maximumduur van dertig dagen .
Bijgevolg komt de straftoemeting van 20 dagen ATV over als niet onredelijk zwaar.
Bovendien werd de voorgaande voorlopige maatregel correct in mindering gebracht van de tuchtsanctie overeenkomstig artikel 145, §3 Basiswet.
Wat betreft de afzetting van werk: klager was tewerkgesteld en het voelt voor hem als dubbele bestraffing dat hij ook werd ontslagen.
De directie geeft aan dat klager zijn werk heeft verloren door zijn onbeschikbaarheid tijdens zijn verblijf in ATV.
Hoewel de directie er zich inderdaad moet van vergewissen dat een ontslag, dat gelijktijdig met een tuchtsanctie wordt opgelegd, zich niet voordoet als een bijkomende (verdoken) tuchtmaatregel, stelt de klachtencommissie vast dat het ontslag thans enkel en alleen voortvloeit uit de onbeschikbaarheid van klager gedurende zijn verblijf in ATV.
De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie desgevallend de continuïteit van de keukendienst moet bewaken en aldus een andere gedetineerde zijn plaats innam.
De klachtencommissie stelt bovendien vast dat klager intussen terug op de werkerslijst werd geplaatst, zodat dit aspect van de klacht ongegrond wordt verklaard.