Ga verder naar de inhoud

KC06/24-0157

Non fondée Irrecevable KC - Dendermonde Commission des plaintes Mesure provisoire Mesure de sécurité particulière Disciplinaire
TUCHT - VOORLOPIGE MAATREGEL - BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL - GEEN BESLISSING DIRECTEUR - VERBODEN VOORWERPEN - HUISHOUDELIJK REGLEMENT

De klacht betreft een voorlopige maatregel, een bijzondere veiligheidsmaatregel en een tuchtbeslissing.

Wat betreft de voorlopige maatregel en de bijzondere veiligheidsmaatregel: zonder voorwerp in zoverre ze gericht zijn tegen deze beslissingen, aangezien deze niet bestaan.

Wat betreft de tuchtbeslissing: deze komt over als wettig en billijk, in het bijzonder gelet op het feit dat de directie kiest voor een ‘spiegelende’ bijzondere tuchtsanctie (artikel 133 van de basiswet), die op gepaste wijze rekening houdt met de aard en de omstandigheden van de tuchtrechtelijke inbreuk.

De tuchtrechtelijk inbreuk deed zich immers voor op de wandeling, zodat het opleggen van zeven dagen individuele wandeling redelijk is.

Ook gelet op het feit dat er tot vijftien dagen afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte kon worden opgelegd voor het niet-naleven van de in het HHR voorgeschreven bepalingen (artikel 132 van de basiswet) via een algemene tuchtsanctie, is de straftoemeting redelijk.

Tot slot werd in de motivering van de bestreden tuchtsanctie ook uitdrukkelijk rekening gehouden met de excuses die klager ter tuchtrechtelijke hoorzitting aanbood, zodat ook expliciet werd rekening gehouden met deze verzachtende omstandigheid overeenkomstig artikel 143 van de basiswet.

De klacht tegen de tuchtbeslissing is bijgevolg kennelijk ongegrond.