KC06/24-0089
Non fondée
KC - Dendermonde
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT - ATV - ONGEGROND - HUISHOUDELIJK REGLEMENT - RECHT OP TEGENSPRAAK - RECHTEN VAN VERDEDIGING - CELCONTROLE
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd voor de opzettelijke beschadiging of vernieling van andermans roerende of onroerende goederen, of de bedreiging daarmee, het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden, het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel, het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort. Ten aanzien van klager werd een RAD opgesteld.
Artikel 144, §5, vijfde lid van de Basiswet bepaalt dat de directeur de opsteller van het tuchtrapport en één of meerdere getuigen kan horen in aanwezigheid van de gedetineerde. Uit de nota’s van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat de directeur de penitentiair beambten van vleugel 2 heeft gehoord in het kader van de tuchtprocedure buiten de aanwezigheid van de klager. Dit maakt een schending uit van artikel 144, §5, vijfde lid van de Basiswet. De klachtencommissie wijst hierbij op het belang van het recht op tegenspraak, zoals gewaarborgd door 6 EVRM. Dit recht houdt de mogelijkheid in voor beide partijen om kennis te krijgen van en commentaar te geven op al het aangevoerde bewijsmateriaal, daarin inbegrepen getuigenissen en verklaringen. Dit is een fundamenteel onderdeel van de rechten van verdediging.
In beslissing KC05/24-0079 vernietigde de klachtencommissie van Brugge een tuchtbeslissing wegens schending van de rechten van verdediging. In deze zaak was het RAD, waar de tuchtbeslissing op gebaseerd was, uiterst summier. In tegenstelling tot zaak KC05/24-0079, meent de klachtencommissie dat het RAD in voorliggende zaak uitgebreid en gedetailleerd is, en dus voldoende kwalitatief is om te dienen als basis voor de tuchtbeslissing. Bovendien blijkt uit de tuchtbeslissing niet dat deze gebaseerd is op de verklaringen die de penitentiair beambten van vleugel 2 hebben afgelegd aan de directie. Hieruit blijkt volgens de klachtencommissie dat de tuchtbeslissing gebaseerd is op motieven die aan tegenspraak werden onderworpen, met name het RAD van 11/4/2024. Om die reden meent de klachtencommissie dat het gebrek aan tegenspraak op de verklaringen van de beambten geen schending inhoudt van het recht op tegenspraak (artikel 6 EVRM), dat geen absoluut recht is.
Klager kreeg een tuchtsanctie opgelegd van 14 dagen ATV. De maximumsanctie voor een tuchtinbreuk van de eerste categorie is 30 dagen ATV. De tuchtsanctie is dus wettelijk. De klachtencommissie acht de tuchtsanctie bovendien ook niet onredelijk, gegeven het feit dat klager meerdere tuchtinbreuken tegelijkertijd heeft begaan, alsook het wettelijke maximum dat de directie kon opleggen.
De klacht is ongegrond. De bestreden tuchtbeslissing blijft bestaan.
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd voor de opzettelijke beschadiging of vernieling van andermans roerende of onroerende goederen, of de bedreiging daarmee, het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden, het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel, het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort. Ten aanzien van klager werd een RAD opgesteld.
Artikel 144, §5, vijfde lid van de Basiswet bepaalt dat de directeur de opsteller van het tuchtrapport en één of meerdere getuigen kan horen in aanwezigheid van de gedetineerde. Uit de nota’s van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat de directeur de penitentiair beambten van vleugel 2 heeft gehoord in het kader van de tuchtprocedure buiten de aanwezigheid van de klager. Dit maakt een schending uit van artikel 144, §5, vijfde lid van de Basiswet. De klachtencommissie wijst hierbij op het belang van het recht op tegenspraak, zoals gewaarborgd door 6 EVRM. Dit recht houdt de mogelijkheid in voor beide partijen om kennis te krijgen van en commentaar te geven op al het aangevoerde bewijsmateriaal, daarin inbegrepen getuigenissen en verklaringen. Dit is een fundamenteel onderdeel van de rechten van verdediging.
In beslissing KC05/24-0079 vernietigde de klachtencommissie van Brugge een tuchtbeslissing wegens schending van de rechten van verdediging. In deze zaak was het RAD, waar de tuchtbeslissing op gebaseerd was, uiterst summier. In tegenstelling tot zaak KC05/24-0079, meent de klachtencommissie dat het RAD in voorliggende zaak uitgebreid en gedetailleerd is, en dus voldoende kwalitatief is om te dienen als basis voor de tuchtbeslissing. Bovendien blijkt uit de tuchtbeslissing niet dat deze gebaseerd is op de verklaringen die de penitentiair beambten van vleugel 2 hebben afgelegd aan de directie. Hieruit blijkt volgens de klachtencommissie dat de tuchtbeslissing gebaseerd is op motieven die aan tegenspraak werden onderworpen, met name het RAD van 11/4/2024. Om die reden meent de klachtencommissie dat het gebrek aan tegenspraak op de verklaringen van de beambten geen schending inhoudt van het recht op tegenspraak (artikel 6 EVRM), dat geen absoluut recht is.
Klager kreeg een tuchtsanctie opgelegd van 14 dagen ATV. De maximumsanctie voor een tuchtinbreuk van de eerste categorie is 30 dagen ATV. De tuchtsanctie is dus wettelijk. De klachtencommissie acht de tuchtsanctie bovendien ook niet onredelijk, gegeven het feit dat klager meerdere tuchtinbreuken tegelijkertijd heeft begaan, alsook het wettelijke maximum dat de directie kon opleggen.
De klacht is ongegrond. De bestreden tuchtbeslissing blijft bestaan.