KC06/23-0180
Non fondée
KC - Dendermonde
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT
Bij de beoordeling van het bewezen zijn van de ten laste gelegde tuchtrechtelijke inbreuk oefent de directeur een discretionaire bevoegdheid uit. Aangezien de tuchtregeling in de Basiswet geen bijzondere bewijswaardering voorschrijft, kan de directeur voor het bewijs steunen op materiële vaststellingen, bekentenissen, getuigenissen of vermoedens, zolang hij bij zijn beoordeling van het bewezen zijn van de ten laste gelegde feiten tot een conclusie komt die de grenzen van de redelijkheid niet te buiten gaan.
In principe mag de directie voor het bewijs van bepaalde feiten steunen op een RAD, tenzij er tegenindicaties blijken of worden aangevoerd waardoor er twijfels zouden rijzen omtrent de waarachtigheid van dit RAD. De directeur moet deze tegenindicaties dan onderzoeken en beoordelen.
In dit dossier werd door klager een bekentenis van zijn celgenoot voorgelegd. De directie nam kennis van deze verklaring maar besloot dat dit geen twijfels deed rijzen over de waarachtigheid van het rapport aan de directeur van 16/10/2023. De klachtencommissie volgt de directie in haar onderzoek dat een dergelijk uitgebreid en nauwkeurig verslag, mede ondertekend door drie beambten en uitgaande van een personeelslid met enige ervaring voldoende is om de tuchtinbreuk bewezen te achten. Zij volgt ook de redenering dat de verklaring van de celgenoot van klager pas indiende op het ogenblik dat klager op de eerste tuchtzitting moest verschijnen en dus zeker was dat hijzelf geen tucht riskeerde.
Daarnaast haalt de advocaat van klager aan dat klager gestraft werd voor het tweede RAD maar daar niet over gehoord werd. Dit blijkt niet uit het verslag van de tuchtzitting. Bovenaan het verslag werden beide rapporten vermeld. In het tuchtverslag werd wel aangegeven dat de advocaat en klager vroegen om een collega directielid te bevragen. De directie ging hier niet op in. De klachtencommissie acht deze beslissing niet onterecht aangezien het collega directielid zich enkel zou bevragen over de reden voor celmutatie. Dit had dus niks te maken met de feiten die aan de grondslag lagen van de tuchtprocedure maar eerder het gevolg.
Klager kon voor deze tuchtinbreuken maximaal 30 dagen ATV krijgen. Klager kreeg 15 dagen ATV wat de klachtencommissie overkomt als een tuchtsanctie die in verhouding staat tot de feiten.
De klacht is niet gegrond.
Bij de beoordeling van het bewezen zijn van de ten laste gelegde tuchtrechtelijke inbreuk oefent de directeur een discretionaire bevoegdheid uit. Aangezien de tuchtregeling in de Basiswet geen bijzondere bewijswaardering voorschrijft, kan de directeur voor het bewijs steunen op materiële vaststellingen, bekentenissen, getuigenissen of vermoedens, zolang hij bij zijn beoordeling van het bewezen zijn van de ten laste gelegde feiten tot een conclusie komt die de grenzen van de redelijkheid niet te buiten gaan.
In principe mag de directie voor het bewijs van bepaalde feiten steunen op een RAD, tenzij er tegenindicaties blijken of worden aangevoerd waardoor er twijfels zouden rijzen omtrent de waarachtigheid van dit RAD. De directeur moet deze tegenindicaties dan onderzoeken en beoordelen.
In dit dossier werd door klager een bekentenis van zijn celgenoot voorgelegd. De directie nam kennis van deze verklaring maar besloot dat dit geen twijfels deed rijzen over de waarachtigheid van het rapport aan de directeur van 16/10/2023. De klachtencommissie volgt de directie in haar onderzoek dat een dergelijk uitgebreid en nauwkeurig verslag, mede ondertekend door drie beambten en uitgaande van een personeelslid met enige ervaring voldoende is om de tuchtinbreuk bewezen te achten. Zij volgt ook de redenering dat de verklaring van de celgenoot van klager pas indiende op het ogenblik dat klager op de eerste tuchtzitting moest verschijnen en dus zeker was dat hijzelf geen tucht riskeerde.
Daarnaast haalt de advocaat van klager aan dat klager gestraft werd voor het tweede RAD maar daar niet over gehoord werd. Dit blijkt niet uit het verslag van de tuchtzitting. Bovenaan het verslag werden beide rapporten vermeld. In het tuchtverslag werd wel aangegeven dat de advocaat en klager vroegen om een collega directielid te bevragen. De directie ging hier niet op in. De klachtencommissie acht deze beslissing niet onterecht aangezien het collega directielid zich enkel zou bevragen over de reden voor celmutatie. Dit had dus niks te maken met de feiten die aan de grondslag lagen van de tuchtprocedure maar eerder het gevolg.
Klager kon voor deze tuchtinbreuken maximaal 30 dagen ATV krijgen. Klager kreeg 15 dagen ATV wat de klachtencommissie overkomt als een tuchtsanctie die in verhouding staat tot de feiten.
De klacht is niet gegrond.