Ga verder naar de inhoud

KC06/23-0126

Non fondée KC - Dendermonde Commission des plaintes Disciplinaire Fouille à corps
FOUILLE LICHAAM - TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES

Rekening houdend met het rapport aan de directeur dat naar aanleiding van de feiten op de wandeling werd opgesteld, bestaan er inderdaad twee versies. Enerzijds stelt het rapport aan de directeur dat klager iets aannam van andere gedetineerden terwijl het hier gaat om iets dat klager uitdeelde aan andere gedetineerden. Hoewel dit aangezien kan worden als twee verschillende redenen, gaat het nog steeds om dezelfde beweging namelijk het feit dat klager naar zijn onderbroek greep.
De klachtencommissie acht dit gedrag voldoende als concrete aanwijzing om over te gaan tot een fouille aan het lichaam.
De klacht tegen de fouille is ongegrond.

Klager kreeg in voorliggende zaak 30 dagen ATV omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan: ‘het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties’.
Klager erkent de feiten. De klachtencommissie acht de tuchtinbreuk dan ook bewezen
Klager meent dat de tuchtsanctie van 30 dagen ATV te zwaar is. Klager kreeg voor de tuchtinbreuk het maximum. De klachtencommissie verwijst naar de Basiswet die stelt dat de directeur bij de toemeting van een tuchtsanctie rekening kan houden met de ernst van de inbreuk, de omstandigheden waarin zij plaatsvond, verzachtende omstandigheden en met de voorlopige maatregelen. Dit blijkt ook uit de motivering van de tuchtbeslissing waarbij de directie rekening hield met de eerder gepleegde tuchtinbreuk. De klachtencommissie acht de tuchtsanctie van 30 dagen ATV in verhouding tot de feiten.
De klacht tegen de tuchtbeslissing is ongegrond.