KC05/26-0237
Non fondée
Fondée
Irrecevable
KC - Brugge
Commission des plaintes
Disciplinaire
Pas de décision du directeur
Mesure d'ordre
TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - ORDEMAATREGEL - ARBEID - CELMUTATIE - BEVOEGDHEID
Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing waarin hij 30 dagen ATV kreeg omwille van het bezit van of handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties, het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen en het op onregelmatige wijze communiceren met een medegedetineerde of met een persoon vreemd aan de gevangenis.
De klachtencommissie ziet geen redenen om te twijfelen aan de vaststellingen van de beambte. Het aangetroffen materiaal in de shampoofles werd in die mate verstopt dat de klachtencommissie het ongeloofwaardig lijkt dat dit zou gaan om bakpoeder. Minstens kan de directie gevolgd worden dat het materiaal gebruikt zou worden in het kader van verboden substanties. Klager zijn naam stond ook op de shampoofles. Klager is verantwoordelijk voor zijn eigen persoonlijke voorwerpen. Klager erkende ook het bezit van de medicatie. De klachtencommissie acht de tuchtinbreuken dan ook bewezen.
Bijgevolg is de klacht met betrekking tot de tuchtbeslissing ongegrond.
De Basiswet voorziet dat de gedetineerde recht heeft om deel te nemen aan de in de gevangenis beschikbare arbeid. Een gedetineerde kan worden afgezet door de directeur indien de gedetineerde niet geschikt is voor de arbeidspost, omdat hij niet de vereiste technische kwaliteiten heeft, of omdat hij om een andere reden niet geschikt is voor de arbeidspost. Deze mogelijkheid bestaat ook in de situatie dat klager een tuchtsanctie opliep die eindigde zolang dit geen verdoken tuchtsanctie uitmaakt.
Klager werd afgezet van werk omdat tijdens een celcontrole verboden substantie werd aangetroffen. Klager werkte als magazijnier (vertrouwensfunctie) binnen de inrichting en waardoor deze zich vrij kon verplaatsen en regelmatig in contact kwam met andere gedetineerden, waardoor de directie meende dat een risico op verspreiding bestond.
De klachtencommissie wijst erop dat indien een gedetineerde niet langer geschikt wordt geacht voor een arbeidspost deze na de ordemaatregel onmiddellijk een nieuwe werkaanvraag kan doen. Dit was niet zo in geval van de klager. De klacht omtrent afzetting van arbeid is gegrond.
Wat betreft de verplaatsing naar een gesloten sectie, is de toewijzing van een verblijfsruimte aan de gedetineerde een discretionaire bevoegdheid van de directeur. Deze bevoegdheid wordt niet nader geregeld in de Basiswet, waardoor ook de beslissingen die de directeur in dat kader kan nemen niet aan specifieke voorwaarden dienen te voldoen. Bij gebrek aan nadere regels kan de klachtencommissie enkel de redelijkheid van de beslissing toetsen.
Klager werd gemuteerd naar een gesloten sectie omdat hij tucht kreeg voor het bezit van verdachte substantie. De directie meent dat dergelijk gedrag niet strookt met een verblijf op de open sectie.
De klachtencommissie acht de ordemaatregel tot mutatie terecht. De ordemaatregel is voldoende gemotiveerd. De klacht is ongegrond.
De klacht met betrekking tot het opschorsten van uitgaansvergunningen is niet-ontvankelijk, aangezien dit de externe rechtspositie betreft en dus niet onder de bevoegdheid van de klachtencommissie valt.
Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing waarin hij 30 dagen ATV kreeg omwille van het bezit van of handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties, het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen en het op onregelmatige wijze communiceren met een medegedetineerde of met een persoon vreemd aan de gevangenis.
De klachtencommissie ziet geen redenen om te twijfelen aan de vaststellingen van de beambte. Het aangetroffen materiaal in de shampoofles werd in die mate verstopt dat de klachtencommissie het ongeloofwaardig lijkt dat dit zou gaan om bakpoeder. Minstens kan de directie gevolgd worden dat het materiaal gebruikt zou worden in het kader van verboden substanties. Klager zijn naam stond ook op de shampoofles. Klager is verantwoordelijk voor zijn eigen persoonlijke voorwerpen. Klager erkende ook het bezit van de medicatie. De klachtencommissie acht de tuchtinbreuken dan ook bewezen.
Bijgevolg is de klacht met betrekking tot de tuchtbeslissing ongegrond.
De Basiswet voorziet dat de gedetineerde recht heeft om deel te nemen aan de in de gevangenis beschikbare arbeid. Een gedetineerde kan worden afgezet door de directeur indien de gedetineerde niet geschikt is voor de arbeidspost, omdat hij niet de vereiste technische kwaliteiten heeft, of omdat hij om een andere reden niet geschikt is voor de arbeidspost. Deze mogelijkheid bestaat ook in de situatie dat klager een tuchtsanctie opliep die eindigde zolang dit geen verdoken tuchtsanctie uitmaakt.
Klager werd afgezet van werk omdat tijdens een celcontrole verboden substantie werd aangetroffen. Klager werkte als magazijnier (vertrouwensfunctie) binnen de inrichting en waardoor deze zich vrij kon verplaatsen en regelmatig in contact kwam met andere gedetineerden, waardoor de directie meende dat een risico op verspreiding bestond.
De klachtencommissie wijst erop dat indien een gedetineerde niet langer geschikt wordt geacht voor een arbeidspost deze na de ordemaatregel onmiddellijk een nieuwe werkaanvraag kan doen. Dit was niet zo in geval van de klager. De klacht omtrent afzetting van arbeid is gegrond.
Wat betreft de verplaatsing naar een gesloten sectie, is de toewijzing van een verblijfsruimte aan de gedetineerde een discretionaire bevoegdheid van de directeur. Deze bevoegdheid wordt niet nader geregeld in de Basiswet, waardoor ook de beslissingen die de directeur in dat kader kan nemen niet aan specifieke voorwaarden dienen te voldoen. Bij gebrek aan nadere regels kan de klachtencommissie enkel de redelijkheid van de beslissing toetsen.
Klager werd gemuteerd naar een gesloten sectie omdat hij tucht kreeg voor het bezit van verdachte substantie. De directie meent dat dergelijk gedrag niet strookt met een verblijf op de open sectie.
De klachtencommissie acht de ordemaatregel tot mutatie terecht. De ordemaatregel is voldoende gemotiveerd. De klacht is ongegrond.
De klacht met betrekking tot het opschorsten van uitgaansvergunningen is niet-ontvankelijk, aangezien dit de externe rechtspositie betreft en dus niet onder de bevoegdheid van de klachtencommissie valt.