TUCHT - GEINTERNEERDE - MOTIVERING - TOEREKENBAARHEID
De klacht gaat over een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Brugge.
Klager werd bij tuchtbeslissing gesanctioneerd met drie weken ATV wegens ‘de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee’ , ‘de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee’ , ‘de opzettelijke beschadiging of vernieling van andermans roerende of onroerende goederen, of de bedreiging daarmee’ en ‘het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel’.
De directie motiveert op geen enkele manier waarom de feiten, ondanks het statuut van klager als geïnterneerde, aan klager konden worden toegerekend. Er worden geen documenten of verklaringen toegevoegd waaruit blijkt dat klager toerekeningsvatbaar was op het moment van de feiten. De klachtencommissie stelt te meer vast dat klager, volgens de melder van de feiten van 14 mei 2026, zeer labiel was. Dat klagers psychische toestand reeds in de periode voor de feiten instabiel was, wordt bevestigd in de meldingsverslagen van 2 en 13 mei 2026.
De tuchtbeslissing voldoet niet aan de wettelijke voorwaarden, waardoor de klacht gegrond is.
De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing en draagt de directie op de tuchtsanctie onmiddellijk stop te zetten en elk spoor van de beslissing uit het tuchtregister van klager te wissen.
Gelet op de hoogdringendheid van dit dossier is de prioriteit naar het oordeel van de klachtencommissie dat de onwettige tuchtbeslissing onmiddellijk wordt stopgezet. De klachtencommissie kent daarom geen tegemoetkoming toe.
De klacht gaat over een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Brugge.
Klager werd bij tuchtbeslissing gesanctioneerd met drie weken ATV wegens ‘de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee’ , ‘de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee’ , ‘de opzettelijke beschadiging of vernieling van andermans roerende of onroerende goederen, of de bedreiging daarmee’ en ‘het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel’.
De directie motiveert op geen enkele manier waarom de feiten, ondanks het statuut van klager als geïnterneerde, aan klager konden worden toegerekend. Er worden geen documenten of verklaringen toegevoegd waaruit blijkt dat klager toerekeningsvatbaar was op het moment van de feiten. De klachtencommissie stelt te meer vast dat klager, volgens de melder van de feiten van 14 mei 2026, zeer labiel was. Dat klagers psychische toestand reeds in de periode voor de feiten instabiel was, wordt bevestigd in de meldingsverslagen van 2 en 13 mei 2026.
De tuchtbeslissing voldoet niet aan de wettelijke voorwaarden, waardoor de klacht gegrond is.
De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing en draagt de directie op de tuchtsanctie onmiddellijk stop te zetten en elk spoor van de beslissing uit het tuchtregister van klager te wissen.
Gelet op de hoogdringendheid van dit dossier is de prioriteit naar het oordeel van de klachtencommissie dat de onwettige tuchtbeslissing onmiddellijk wordt stopgezet. De klachtencommissie kent daarom geen tegemoetkoming toe.