TUCHT - BEZOEK
Klager wordt bij tuchtbeslissing gesanctioneerd met één week glasbezoek van familieleden (in de zin van artikel 59, §1 van de Basiswet) wegens ‘het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen’, een tuchtinbreuk van de tweede categorie.
De klachtencommissie stelt vast dat de informatie in het RAD inderdaad verschilt van de informatie in de tuchtbeslissing. De directie verklaart dit doordat zij de informatie nog verder heeft onderzocht. Deze extra informatie – dat de vraag om naar het toilet te gaan initieel negatief werd beantwoord – speelt volgens de klachtencommissie niet in klagers nadeel.
Klager ontkent niet dat hij zijn broertje aanmoedigde of aanzette om in de ruimte te plassen, maar geeft hier context bij: zo mocht zijn broertje voor het bezoek niet naar het toilet gaan en werd er pas personeel opgeroepen na herhaaldelijk aandringen van klager. De directie ontkent beide beweringen.
De klachtencommissie meent dat de directie de feiten bewezen kon verklaren en ze aan klager kon toerekenen. De klachtencommissie meent dat de directie de feiten bewezen kon verklaren en ze aan klager kon toerekenen. Hoewel de situatie door een direct optreden van de beambten mogelijk vermeden had kunnen worden, kunnen de omstandigheden niet worden gezien als een vrijbrief voor klager om te reageren zoals hij gedaan heeft. Daarom is de klacht ontvankelijk, maar ongegrond.
Klager wordt bij tuchtbeslissing gesanctioneerd met één week glasbezoek van familieleden (in de zin van artikel 59, §1 van de Basiswet) wegens ‘het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen’, een tuchtinbreuk van de tweede categorie.
De klachtencommissie stelt vast dat de informatie in het RAD inderdaad verschilt van de informatie in de tuchtbeslissing. De directie verklaart dit doordat zij de informatie nog verder heeft onderzocht. Deze extra informatie – dat de vraag om naar het toilet te gaan initieel negatief werd beantwoord – speelt volgens de klachtencommissie niet in klagers nadeel.
Klager ontkent niet dat hij zijn broertje aanmoedigde of aanzette om in de ruimte te plassen, maar geeft hier context bij: zo mocht zijn broertje voor het bezoek niet naar het toilet gaan en werd er pas personeel opgeroepen na herhaaldelijk aandringen van klager. De directie ontkent beide beweringen.
De klachtencommissie meent dat de directie de feiten bewezen kon verklaren en ze aan klager kon toerekenen. De klachtencommissie meent dat de directie de feiten bewezen kon verklaren en ze aan klager kon toerekenen. Hoewel de situatie door een direct optreden van de beambten mogelijk vermeden had kunnen worden, kunnen de omstandigheden niet worden gezien als een vrijbrief voor klager om te reageren zoals hij gedaan heeft. Daarom is de klacht ontvankelijk, maar ongegrond.
Un dossier d'appel a été ouvert avec la référence BC/26-0261