KC05/25-0359
Irrecevable
KC - Brugge
Commission des plaintes
Pas de décision du directeur
VOORWERPEN
Klager beklaagt zich over spullen die hij niet gekregen zou hebben na zijn transfer van de gevangenis van Ieper naar de gevangenis van Brugge.
Collectieve brief nr. 133 van 12 oktober 2015 “Vergoeding van schade aan voorwerpen van gedetineerden” regelt de wijze waarop gedetineerden vergoed worden in geval van (onder meer) verlies van goederen indien een gedetineerde meent dat het gevangeniswezen verantwoordelijk is voor de verdwijning van hen toebehorende voorwerpen.
In deze collectieve brief wordt de procedure uiteengezet die moet worden gevolgd indien een gedetineerde meent dat het gevangeniswezen verantwoordelijk is voor de verdwijning van hen toebehorende voorwerpen.
Daarbij wordt in eerste instantie verwacht dat de gedetineerde – in principe – binnen de veertien dagen na vaststelling van de verdwijning een formulier invult en overhandigt aan de directie. Na het indienen van dit formulier voert de directie een grondig onderzoek en stelt zij ook een schadedossier samen. Dit schadedossier wordt bezorgd aan de Directie Juridische Ondersteuning, die de uiteindelijke beslissing neemt over een al dan niet toe te kennen schadevergoeding.
De beroepscommissie heeft recent bevestigd dat de directie daarbij ten eerste een actieve informatieplicht heeft wanneer de gedetineerde aan de directie meldt dat hij bepaalde goederen mist. De collectieve brieven zijn immers gericht aan de penitentiaire inrichtingen niet aan de gedetineerde. De directie moet de gedetineerde op de hoogte stellen van de mogelijkheid een schadevergoeding te verkrijgen en moet hem in staat stellen het bedoelde formulier in te vullen of te laten invullen. Vervolgens rust op de gevangenis van verblijf ook een onderzoeksplicht.
Uit het dossier kan de klachtencommissie blijkt dat de directie naar aanleiding deze klacht onmiddellijk een onderzoek is opgestart en dat de kantinegoederen aan klager zijn vergoed. Er is dan ook geen sprake van een verzuim in hoofde van de directie.
De klacht is niet-ontvankelijk. De klachtencommissie kan de klacht niet inhoudelijk beoordelen.
Klager beklaagt zich over spullen die hij niet gekregen zou hebben na zijn transfer van de gevangenis van Ieper naar de gevangenis van Brugge.
Collectieve brief nr. 133 van 12 oktober 2015 “Vergoeding van schade aan voorwerpen van gedetineerden” regelt de wijze waarop gedetineerden vergoed worden in geval van (onder meer) verlies van goederen indien een gedetineerde meent dat het gevangeniswezen verantwoordelijk is voor de verdwijning van hen toebehorende voorwerpen.
In deze collectieve brief wordt de procedure uiteengezet die moet worden gevolgd indien een gedetineerde meent dat het gevangeniswezen verantwoordelijk is voor de verdwijning van hen toebehorende voorwerpen.
Daarbij wordt in eerste instantie verwacht dat de gedetineerde – in principe – binnen de veertien dagen na vaststelling van de verdwijning een formulier invult en overhandigt aan de directie. Na het indienen van dit formulier voert de directie een grondig onderzoek en stelt zij ook een schadedossier samen. Dit schadedossier wordt bezorgd aan de Directie Juridische Ondersteuning, die de uiteindelijke beslissing neemt over een al dan niet toe te kennen schadevergoeding.
De beroepscommissie heeft recent bevestigd dat de directie daarbij ten eerste een actieve informatieplicht heeft wanneer de gedetineerde aan de directie meldt dat hij bepaalde goederen mist. De collectieve brieven zijn immers gericht aan de penitentiaire inrichtingen niet aan de gedetineerde. De directie moet de gedetineerde op de hoogte stellen van de mogelijkheid een schadevergoeding te verkrijgen en moet hem in staat stellen het bedoelde formulier in te vullen of te laten invullen. Vervolgens rust op de gevangenis van verblijf ook een onderzoeksplicht.
Uit het dossier kan de klachtencommissie blijkt dat de directie naar aanleiding deze klacht onmiddellijk een onderzoek is opgestart en dat de kantinegoederen aan klager zijn vergoed. Er is dan ook geen sprake van een verzuim in hoofde van de directie.
De klacht is niet-ontvankelijk. De klachtencommissie kan de klacht niet inhoudelijk beoordelen.