Ga verder naar de inhoud

KC05/25-0321

Non fondée KC - Brugge Commission des plaintes Mesure d'ordre
ORDEMAATREGEL - BEZOEK
De klacht is gericht tegen een beslissing waarbij de bezoeker van klager geschrapt werd van de bezoekerslijst.

De gevangenisdirectie was van oordeel dat de situatie waarbij deze bezoeker enerzijds professionele werkzaamheden uitvoert in de gevangenis en anderzijds een persoonlijke (liefdes)relatie heeft met een gedetineerde, niet verenigbaar is met de handhaving van de orde en de veiligheid. Om die reden werd de bezoekaanvraag goedgekeurd met de expliciete vermelding dat de bezoeker niet meer kan komen als externe firma/aannemer. Uit de feiten blijkt dat de bezoeker van klager echter nadien opnieuw werken kwam uitvoeren in de gevangenis. Om die reden heeft de directie de bezoektoelating ingetrokken.

De klachtencommissie is van oordeel dat de directie gelijk heeft wanneer zij stelt dat de situatie waarbij iemand werken uitvoert in de gevangenis én contact heeft met een gedetineerde, niet verenigbaar is met het handhaven van de orde en de veiligheid in de inrichting. De directie argumenteert in haar ordemaatregel duidelijk dat het uitvoeren van werkzaamheden mogelijks kan leiden tot kennis van het gebouw en installaties die betrekking hebben op de veiligheidsprocedures. Klager neemt in haar klacht aanstoot aan het gebruik van het woord “mogelijks” en is van oordeel dat er geen concrete feiten zijn die aantonen dat haar bezoeker dergelijke kennis ook heeft. De klachtencommissie meent echter dat de elementen die de directie aanhaalt volstaan, nu de wet ook spreekt van “aanwijzingen […] dat het bezoek de handhaving van de orde of de veiligheid in gevaar kan brengen” (eigen onderlijning). De klachtencommissie meent dat dit inderdaad het geval is.

De klachtencommissie stelt verder vast dat de procedure correct gevolgd is. Het hoorrecht van klager werd niet geschonden. De beslissing is verder niet onredelijk of onbillijk.

De klacht is niet gegrond.