ORDEMAATREGEL - ONTSLAG
De klacht is gericht tegen een ordemaatregel waarbij klager werd afgezet van zijn werk en voor een periode van drie maanden wordt uitgesloten van een vertrouwensfunctie. De klachtencommissie is van oordeel dat de twee meldingsverslagen voldoende reden zijn om klager af te zetten van zijn werk in het magazijn. De meldingsverslagen omschrijven duidelijk waarom klager niet geschikt is voor de functie.
De klachtencommissie stelt verder vast dat klager voor drie maanden wordt uitgesloten van een vertrouwensfunctie op basis van een meldingsverslag waaruit blijkt dat klager gelogen heeft over de reden waarom hij niet ging werken. De klachtencommissie meent dat enkel deze vaststelling onvoldoende reden is om klager voor deze periode uit te sluiten, te meer omdat de voorwaarden om in in aanmerking te komen voor een vertrouwensfunctie in de gevangenis van Brugge, zeer vaag zijn en nergens schriftelijk omschreven worden. De ordemaatregel motiveert volgens de klachtencommissie onvoldoende waarom klager gedurende drie maanden niet in aanmerking kan komen voor een vertrouwensfunctie.
De klachtencommissie stelt ten slotte nog vast dat klager niet gehoord werd voorafgaand aan het opleggen van de ordemaatregel. De klachtencommissie is van mening dat dit voor het eerste aspect, nl. de afzetting van werk, niet meer nuttig geweest zou zijn gelet op de voorafgaande waarschuwing die klager kreeg. Voor het aspect van de uitsluiting van de vertrouwensfunctie, is de klachtencommissie wél van mening dat klager gehoord had moeten worden voorafgaand aan het opleggen van de ordemaatregel.
De klacht is gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de ordemaatregel van 8 augustus 2025 in zoverre klager drie maanden geen vertrouwensfunctie zou mogen aanvragen.
De klacht is gericht tegen een ordemaatregel waarbij klager werd afgezet van zijn werk en voor een periode van drie maanden wordt uitgesloten van een vertrouwensfunctie. De klachtencommissie is van oordeel dat de twee meldingsverslagen voldoende reden zijn om klager af te zetten van zijn werk in het magazijn. De meldingsverslagen omschrijven duidelijk waarom klager niet geschikt is voor de functie.
De klachtencommissie stelt verder vast dat klager voor drie maanden wordt uitgesloten van een vertrouwensfunctie op basis van een meldingsverslag waaruit blijkt dat klager gelogen heeft over de reden waarom hij niet ging werken. De klachtencommissie meent dat enkel deze vaststelling onvoldoende reden is om klager voor deze periode uit te sluiten, te meer omdat de voorwaarden om in in aanmerking te komen voor een vertrouwensfunctie in de gevangenis van Brugge, zeer vaag zijn en nergens schriftelijk omschreven worden. De ordemaatregel motiveert volgens de klachtencommissie onvoldoende waarom klager gedurende drie maanden niet in aanmerking kan komen voor een vertrouwensfunctie.
De klachtencommissie stelt ten slotte nog vast dat klager niet gehoord werd voorafgaand aan het opleggen van de ordemaatregel. De klachtencommissie is van mening dat dit voor het eerste aspect, nl. de afzetting van werk, niet meer nuttig geweest zou zijn gelet op de voorafgaande waarschuwing die klager kreeg. Voor het aspect van de uitsluiting van de vertrouwensfunctie, is de klachtencommissie wél van mening dat klager gehoord had moeten worden voorafgaand aan het opleggen van de ordemaatregel.
De klacht is gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de ordemaatregel van 8 augustus 2025 in zoverre klager drie maanden geen vertrouwensfunctie zou mogen aanvragen.