KC05/25-0228
Fondée
KC - Brugge
Commission des plaintes
Autre décision directeur
GEZONDHEID
De klacht gaat over het feit dat klager in de gevangenis van Brugge als niet-roker bij een roker dient te verblijven.
De gezondheidsrisico’s van passief tabaksgebruik staan vast. Ook niet-rokers die onvrijwillig tabaksrook inademen, lopen gezondheidsrisico’s. De onvrijwillige blootstelling aan tabaksrook is in een gevangeniscel bovendien heel intens doordat gedetineerden – op kortere onderbrekingen na tijdens de wandeling en eventueel tijdens het bezoek of de werktijd – dag en nacht doorbrengen in één enkele zeer beperkte ruimte waarin geen of nauwelijks ventilatie beschikbaar is en via één enkel raam buitenlucht slechts heel beperkt toegankelijk is. In deze omstandigheden is er niet alleen een zeer aanzienlijke rechtstreekse blootstelling aan tabaksrook (‘tweedehands rook’), maar ook aan de schadelijke stoffen van tabaksrook die neerslaan in de beperkte ruimte van de gevangeniscel op oppervlakten, het meubilair en het beddengoed (‘derdehands rook’). Gedwongen blootstelling van een niet-rokende gedetineerde aan tabaksrook schaadt zijn gezondheid. De gedwongen blootstelling aan tabaksrook schendt zijn recht op bescherming van gezondheid en zijn recht op eerbiediging van zijn privéleven doordat hem de keuze wordt ontnomen zijn verblijf door te brengen in een rookvrije verblijfsruimte. Het gedwongen verblijf in een rokerige verblijfsomgeving kan niet worden verantwoord door legitieme, inherent aan detentie verbonden overwegingen van veiligheid.
De plaatsing van klager in een cel met een rokende gedetineerde is strijdig met artikel 23 van de Grondwet (het recht een menswaardig leven te leiden, dat het recht op bescherming van de gezondheid omvat) en artikel 8 van het EVRM (het recht op eerbiediging van het privéleven, dat ook de vrijheid om keuzes te maken over het eigen lichaam en de eigen gezondheid impliceert).
De klacht is dan ook gegrond. De klachtencommissie beperkt zich tot de gegrondverklaring van de klacht, aangezien klager kort na het indienen van zijn klacht werd overgeplaatst naar een cel met een niet-roker.
De klacht gaat over het feit dat klager in de gevangenis van Brugge als niet-roker bij een roker dient te verblijven.
De gezondheidsrisico’s van passief tabaksgebruik staan vast. Ook niet-rokers die onvrijwillig tabaksrook inademen, lopen gezondheidsrisico’s. De onvrijwillige blootstelling aan tabaksrook is in een gevangeniscel bovendien heel intens doordat gedetineerden – op kortere onderbrekingen na tijdens de wandeling en eventueel tijdens het bezoek of de werktijd – dag en nacht doorbrengen in één enkele zeer beperkte ruimte waarin geen of nauwelijks ventilatie beschikbaar is en via één enkel raam buitenlucht slechts heel beperkt toegankelijk is. In deze omstandigheden is er niet alleen een zeer aanzienlijke rechtstreekse blootstelling aan tabaksrook (‘tweedehands rook’), maar ook aan de schadelijke stoffen van tabaksrook die neerslaan in de beperkte ruimte van de gevangeniscel op oppervlakten, het meubilair en het beddengoed (‘derdehands rook’). Gedwongen blootstelling van een niet-rokende gedetineerde aan tabaksrook schaadt zijn gezondheid. De gedwongen blootstelling aan tabaksrook schendt zijn recht op bescherming van gezondheid en zijn recht op eerbiediging van zijn privéleven doordat hem de keuze wordt ontnomen zijn verblijf door te brengen in een rookvrije verblijfsruimte. Het gedwongen verblijf in een rokerige verblijfsomgeving kan niet worden verantwoord door legitieme, inherent aan detentie verbonden overwegingen van veiligheid.
De plaatsing van klager in een cel met een rokende gedetineerde is strijdig met artikel 23 van de Grondwet (het recht een menswaardig leven te leiden, dat het recht op bescherming van de gezondheid omvat) en artikel 8 van het EVRM (het recht op eerbiediging van het privéleven, dat ook de vrijheid om keuzes te maken over het eigen lichaam en de eigen gezondheid impliceert).
De klacht is dan ook gegrond. De klachtencommissie beperkt zich tot de gegrondverklaring van de klacht, aangezien klager kort na het indienen van zijn klacht werd overgeplaatst naar een cel met een niet-roker.