KC05/25-0123
Fondée
KC - Brugge
Commission des plaintes
Autre décision directeur
ARBEID
De klacht betreft de beslissing van de directie van de gevangenis van Brugge om een werkweigering te noteren. Klager moest op 14 april 2025 oorspronkelijk niet werken in het naaiatelier omwille van technische werkloosheid. Toen klager alsnog werd opgeroepen maar hier niet op in ging, besloot de directeur – na klager te hebben gesproken - dat er sprake was van een werkweigering.
De klachtencommissie meent dat de beslissing van de directeur om een werkweigering te noteren, gebaseerd is op een misverstand. Uit het relaas van klager en zijn advocaat ter zitting, blijkt duidelijk dat er sprake was van een taalbarrière en dat deze een rol heeft gespeeld bij de beslissing van klager om niet in te gaan op de oproeping om te gaan werken. Daarom meent de klachtencommissie dat de beslissing om een werkweigering te noteren onredelijk streng is, te meer omdat er bij een tweede werkweigering een afzetting volgt. De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat de beslissing van de directie onredelijk en onbillijk is.
De klacht is dus gegrond. De klachtencommissie vernietigt de beslissing van de directie om een werkweigering te noteren naar aanleiding van de feiten op 14 april 2025. Als gevolg hiervan wordt deze vermeende werkweigering geschrapt.
De klacht betreft de beslissing van de directie van de gevangenis van Brugge om een werkweigering te noteren. Klager moest op 14 april 2025 oorspronkelijk niet werken in het naaiatelier omwille van technische werkloosheid. Toen klager alsnog werd opgeroepen maar hier niet op in ging, besloot de directeur – na klager te hebben gesproken - dat er sprake was van een werkweigering.
De klachtencommissie meent dat de beslissing van de directeur om een werkweigering te noteren, gebaseerd is op een misverstand. Uit het relaas van klager en zijn advocaat ter zitting, blijkt duidelijk dat er sprake was van een taalbarrière en dat deze een rol heeft gespeeld bij de beslissing van klager om niet in te gaan op de oproeping om te gaan werken. Daarom meent de klachtencommissie dat de beslissing om een werkweigering te noteren onredelijk streng is, te meer omdat er bij een tweede werkweigering een afzetting volgt. De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat de beslissing van de directie onredelijk en onbillijk is.
De klacht is dus gegrond. De klachtencommissie vernietigt de beslissing van de directie om een werkweigering te noteren naar aanleiding van de feiten op 14 april 2025. Als gevolg hiervan wordt deze vermeende werkweigering geschrapt.