Ga verder naar de inhoud

KC05/25-0033

Non fondée Irrecevable KC - Brugge Commission des plaintes Autre décision directeur Pas de décision du directeur
BEZOEK

De klacht gaat over
- de beslissingtot weigering van binnenhuisbezoek tussen klager en een medegedetineerde, en
- de beslissing tot weigering van intiem (ongestoord) bezoek tussen klager en een medegedetineerde
van de directie van de gevangenis van Brugge.

- Wat betreft de klacht over het weigeren van het binnenhuisbezoek

Wie binnenhuisbezoek wenst met zijn gedetineerde partner dient een duurzame relatie aan te tonen van drie maanden (wanneer dit een relatie betreft die werd begonnen na de detentie).

Klager heeft op 27 januari 2025 een aanvraag tot binnenhuisbezoek ingediend. De directie heeft dit geweigerd. Ze motiveerde haar beslissing van 31 januari 2025 door te stellen dat klager op 17 december 2024 nog binnenhuisbezoek aanvroeg met een andere vrouwelijke medegedetineerde [Y]. Uit de motivering van de beslissing blijkt dat de partner van klager een zekere tijd niet meer in de gevangenis verbleef. Er zijn geen bewijzen dat klager en zijn partner tijdens haar ontvluchting contact hadden. Sinds ze terug is (21 januari), is zij weer de vaste partner. De directie wijst op een voorgeschiedenis van het voortdurend wisselen van partner, en meent dat het argument van een huwelijk niet volstaat. Daarenboven zou klager verklaard hebben dat de scheiding al rond was. Volgens de directie moeten klager en zijn partner een drie maanden duurzame relatie aan kunnen tonen, maar deze bewijzen ontbreken op het moment van de aanvraag.

Aangezien de partner van klager pas sinds 21 januari 2025 terug in de gevangenis verblijft, hun contact tijdens haar ontvluchting niet is aangetoond en zij sinds dat moment pas opnieuw de vaste partner is van klager, heeft de directie deze datum genomen als startdatum van de relatie. Uit het dossier blijkt dat klager bijvoorbeeld op 17 december 2024 nog binnenhuisbezoek aanvroeg met een andere medegedetineerde, wat het standpunt van de directie versterkt. Dat de directie 21 januari 2025 als startdatum nam voor hun relatie en oordeelde dat het binnenhuisbezoek op het moment van de aanvraag nog niet mogelijk was omdat de drie maanden duurzame relatie nog niet was aangetoond, acht de klachtencommissie op basis van al deze informatie niet onwettig, onredelijk of onbillijk.

De klachtencommissie wijst erop dat deze beslissing geen definitieve weigering impliceert. Drie maanden na een weigeringsbeslissing kan immers een nieuwe aanvraag tot binnenhuisbezoek worden ingediend.

De eerste klacht is aldus niet gegrond.

- Wat betreft de klacht over het weigeren van het ongestoord bezoek

De klacht is mede gericht tegen de beslissing van de directie tot weigering van de aanvraag tot intiem bezoek tussen klager en zijn partner. Klager specifieert hierbij niet op welke datum de beslissing zou zijn genomen. Klager geeft geen verdere aanknopingspunten in zijn klacht, zoals meer details over de aanvraag en de weigering of een datum hiervan. Het is onduidelijk tegen welke concrete beslissing van de directeur de klacht gericht is. De klacht is onvoldoende duidelijk geformuleerd.

De klachtencommissie meent dan ook dat de tweede klacht niet-ontvankelijk is.