TUCHT
De klacht betreft een tuchtbeslissing. De klachtencommissie acht de onderstaande drie tuchtinbreuken bewezen:
(1) De tuchtinbreuk ‘De opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee’. Uit het RAD blijkt dat klager bedreigingen geuit heeft (‘kom maar binnen, ik zal jullie wel pakken’) waarbij hij een stukgeslagen bord en mes in zijn hand had. De klachtencommissie volgt klager niet dat dit enkel beledigingen zouden zijn.
(2) De tuchtinbreuk ‘De opzettelijke aantasting van de orde’. Uit de RAD’s blijkt dat klager bleef schreeuwen en kloppen op zijn celdeur. De rapporten werden door afzonderlijke beambten opgesteld.
(3) De tuchtinbreuk ‘Het niet of onvoldoende rein houden van de verblijfsruimte en de gemeenschappelijke lokalen of het bevuilen van terreinen’. In het RAD staat dat klager zijn eten op de grond gooide.
De klachtencommissie ziet geen redenen om te twijfelen aan de inhoud van de rapporten van bovenstaande tuchtinbreuken. De gegeven tuchtsanctie is gelet op de ernst van de gepleegde feiten naar het oordeel van de klachtencommissie dan ook volledig gerechtvaardigd.
De klachtencommissie vernietigt de kwalificatie ‘het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen’ en zegt dat deze uit het tuchtregister van klager geschrapt dient te worden. Uit de motivering van de tuchtbeslissing kan de klachtencommissie niet afleiden welke bepaling van het huishoudelijk reglement werd geschonden. Het kan niet de bedoeling zijn dat deze tuchtinbreuk gebruikt wordt om eender welk gedrag hieronder te kwalificeren.
Om deze redenen is de klacht gedeeltelijk gegrond.
De klacht betreft een tuchtbeslissing. De klachtencommissie acht de onderstaande drie tuchtinbreuken bewezen:
(1) De tuchtinbreuk ‘De opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee’. Uit het RAD blijkt dat klager bedreigingen geuit heeft (‘kom maar binnen, ik zal jullie wel pakken’) waarbij hij een stukgeslagen bord en mes in zijn hand had. De klachtencommissie volgt klager niet dat dit enkel beledigingen zouden zijn.
(2) De tuchtinbreuk ‘De opzettelijke aantasting van de orde’. Uit de RAD’s blijkt dat klager bleef schreeuwen en kloppen op zijn celdeur. De rapporten werden door afzonderlijke beambten opgesteld.
(3) De tuchtinbreuk ‘Het niet of onvoldoende rein houden van de verblijfsruimte en de gemeenschappelijke lokalen of het bevuilen van terreinen’. In het RAD staat dat klager zijn eten op de grond gooide.
De klachtencommissie ziet geen redenen om te twijfelen aan de inhoud van de rapporten van bovenstaande tuchtinbreuken. De gegeven tuchtsanctie is gelet op de ernst van de gepleegde feiten naar het oordeel van de klachtencommissie dan ook volledig gerechtvaardigd.
De klachtencommissie vernietigt de kwalificatie ‘het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen’ en zegt dat deze uit het tuchtregister van klager geschrapt dient te worden. Uit de motivering van de tuchtbeslissing kan de klachtencommissie niet afleiden welke bepaling van het huishoudelijk reglement werd geschonden. Het kan niet de bedoeling zijn dat deze tuchtinbreuk gebruikt wordt om eender welk gedrag hieronder te kwalificeren.
Om deze redenen is de klacht gedeeltelijk gegrond.