Ga verder naar de inhoud

KC05/24-0359

Non fondée KC - Brugge Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - ZORGVULDIGHEIDSPLICHT

De klacht gaat over de beslissing van 28 oktober 2024 van de directie van de gevangenis van Brugge waarbij aan klager een tuchtsanctie werd opgelegd.

Het RAD van 25 oktober 2024 (feiten van 13u10) op basis waarvan een tuchtprocedure ten aanzien van klager werd ingesteld. Klager werd op dat moment onder een voorlopige maatregel geplaatst (beslissing waartegen hij geen klacht indiende). Hij werd over deze feiten gehoord op de tuchtzitting van 28 oktober 2024, zonder bijstand van een advocaat. In de bestreden tuchtbeslissing werden twee tuchtinbreuken van eerste categorie aangekruist, zijnde enerzijds de opzettelijke aantasting van de orde en anderzijds het aanzetten tot of het voeren van collectieve acties die de veiligheid of de orde in de gevangenis ernstig in gevaar brengen. Er werd ook één tuchtinbreuk van tweede categorie aangekruist, zijnde het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel. Klager kreeg als sanctie twee weken ATV.

De klachtencommissie vindt deze tuchtbeslissing niet onwettig, onredelijk of onbillijk. De directie heeft de tuchtbeslissing voldoende in rechte en in feite gemotiveerd.
Door de gedetailleerde beschrijving in de tuchtbeslissing van klagers (leidende) rol in de collectieve actie blijkt voldoende duidelijk waarom de directie van oordeel was dat het ongeloofwaardig is dat hij de instructies van het personeel om naar binnen te komen niet zou gehoord hebben.

Klager vermeldt in zijn klachtenformulier ten slotte nog dat de betrokken gedetineerden andere tuchtsancties hebben gekregen. De klachtencommissie sluit zich aan bij de stelling van de directie dat dit net de bedoeling is van de Basiswet. In de Basiswet wordt immers bepaald dat het tuchtregime ertoe strekt om de orde en veiligheid te vrijwaren met eerbiediging van de waardigheid, het zelfrespect en de individuele en sociale verantwoordelijkheid van de gedetineerden. En bij de keuze van de aard en omvang van de sanctie wordt rekening gehouden met de ernst van de inbreuk, met de omstandigheden waarin deze plaatsvond, verzachtende omstandigheden en met de voorlopige maatregelen. Het opleggen van een tuchtsanctie aan een gedetineerde dient dus in ieder geval op een geïndividualiseerde manier te gebeuren. De directie heeft zich hieraan in dit dossier van klager gehouden. De tuchtbeslissing is ook op dit vlak dus niet onwettig, onredelijk of onbillijk. De klacht is niet gegrond.