Ga verder naar de inhoud

KC05/24-0357

Fondée Irrecevable KC - Brugge Commission des plaintes Fouille à corps
FOUILLE OP HET LICHAAM - BEWIJS - MOTIVERING - TERMIJN

De eerste tot en met de vijfde klacht gaan over de beslissingen van 18 september 2024, 24 september 2024, 10 oktober 2024, 12 oktober 2024 en 22 oktober 2024 van de directie van de gevangenis tot fouillering op het lichaam van klager.

Over de eerste klacht (de fouillering van 18 september 2024):
Klager stelt in zijn klachtenformulier dat hij na elk bezoek een fouillering op zijn lichaam moet ondergaan. Van de fouillering van 18 september 2024 zou hij geen bewijs hebben ontvangen. De klachtencommissie wijst erop dat uit de door de directie gevoegde bezoekhistoriek blijkt dat klager op 18 september 2024 geen bezoek heeft ontvangen. Zij acht het zodoende niet aangetoond dat klager op die dag op zijn lichaam gefouilleerd zou zijn. De eerste klacht is niet ontvankelijk.

Over de tweede klacht (de fouillering van 24 september 2024):
De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing van 24 september 2024 onvoldoende werd gemotiveerd. De motivering is bovendien foutief, aangezien uit het verweer van de directie blijkt dat klager nog geen uitgaansvergunningen heeft en er dus ‘ongestoord bezoek’ had moeten staan. Uit de beslissing kan in ieder geval geen enkele individuele aanwijzing worden afgeleid waaruit zou blijken dat klager in het bezit was van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen
zijn, noch waarom een onderzoek aan de kledij niet had volstaan om deze voorwerpen of substanties te vinden. De directie bevestigt in haar verweer dat de motivering van de beslissing beter had gekund. De tweede klacht is om deze reden gegrond.

Over de derde klacht (de fouillering van 10 oktober 2024):
Klager stelt in zijn klachtenformulier dat hij na elk bezoek wordt gefouilleerd op zijn lichaam en hij van de fouillering van 10 oktober 2024 geen bewijs heeft ontvangen. De klachtencommissie stelt vast dat uit klagers bezoekhistoriek blijkt dat hij op die datum een (ongestoord) bezoek had. Volgens de directie heeft zij op die dag echter geen fouillering op het lichaam van klager bevolen. Er kan hiervan geen papier worden teruggevonden. De klachtencommissie vindt de klacht van klager te summier en acht het niet aannemelijk gemaakt dat hij op deze dag een fouillering op zijn lichaam zou ondergaan hebben. De derde klacht is niet ontvankelijk.

Over de vierde klacht (de fouillering van 12 oktober 2024):
Klager heeft zijn klacht niet ingediend binnen de zeven dagen na kennis te hebben gekregen van de beslissing. Evenmin maakt klager gewag van enige omstandigheid waaruit zou blijken dat hij zijn klacht zo spoedig heeft ingediend als redelijkerwijs van hem verlangd kon worden. De vierde klacht is om deze reden niet ontvankelijk.

Over de vijfde klacht (de fouillering van 22 oktober 2024):
Volgens de directie heeft zij op die dag echter geen fouillering op het lichaam van klager bevolen. Er kan hiervan ook geen papier worden teruggevonden.
De klachtencommissie vindt de klacht van klager te summier en acht het niet aannemelijk gemaakt dat hij op deze dag een fouillering op zijn lichaam zou ondergaan hebben. De vijfde klacht is niet ontvankelijk.