Ga verder naar de inhoud

KC05/24-0337

Non fondée KC - Brugge Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - CELCONTROLE - VERBODEN SUBSTANTIES

De klacht gaat over de beslissing van 24 september 2024 van de directie van de gevangenis van Brugge waarbij aan klager een tuchtsanctie werd opgelegd.

In het RAD van 20 september 2024 (feiten van 9u10) wordt vermeld dat de beambten ervan ingelicht werden dat klager in zijn cel aan het gebruiken was. De beambten stelden vast dat klager een substantie aan het snuiven was op het toilet. Tijdens de celcontrole werd er verbrand zilverpapier aangetroffen. Er werd ook toiletpapier aangetroffen ‘met een bruinachtige plek’. Volgens de verpleging zou dit afkomstig zijn van een afgeschraapte pijnpleister, wat wordt opgesnoven. Klager werd gehoord op de tuchtzitting van 24 september 2024. Hij ontkende dat hij verboden
substanties gebruikt had. In de bestreden tuchtbeslissing werd aangekruist dat klager schuldig was aan één tuchtinbreuk van eerste categorie, zijnde het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties. Klager werd gesanctioneerd met dertig dagen ATV.

De klachtencommissie vindt de tuchtbeslissing niet onwettig, onredelijk of onbillijk. Dat de directie klager schuldig heeft geacht aan en gesanctioneerd heeft met dertig dagen ATV voor de tuchtfeiten, valt binnen haar discretionaire bevoegdheid. Klager werd gehoord op de tuchtzitting en kon daaropal zijn verweermiddelen uiteenzetten. Op deze tuchtzitting ontkende klager de hem ten laste gelegde feiten. De directie heeft in de tuchtbeslissing duidelijk gemotiveerd waarom zij de versie van klager niet geloofwaardig achtte. Uit de motivering van de tuchtbeslissing blijkt eveneens duidelijk op basis van welke overwegingen de directie klager schuldig achtte aan het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties. De beslissing werd zowel in rechte als in feite gemotiveerd.

Wat betreft ten slotte het argument van klager dat het tuchtverslag niet weergeeft wat er daadwerkelijk gezegd geweest is, wijst de klachtencommissie erop dat hij niet aangeeft wat er niet klopt aan dit tuchtverslag, welke zaken er anders gezegd zouden geweest zijn en in welke mate dit een invloed heeft op de wettigheid, redelijkheid of billijkheid van de bestreden beslissing. De klacht is niet gegrond.