Ga verder naar de inhoud

KC05/24-0327

Non fondée KC - Brugge Commission des plaintes Autre décision directeur
BEZOEK

De klacht gaat over de beslissing van de directie van de gevangenis tot weigering van binnenhuisbezoek tussen klager en een medegedetineerde.

De klachtencommissie gaat er vanuit dat de klacht tijdig werd ingediend. De klacht werd ten slotte op de vereiste wijze ingediend en werd voldoende gemotiveerd. De klacht is ontvankelijk.

De klachtencommissie brengt in herinnering dat het ‘binnenhuisbezoek’, zijnde het bezoek tussen twee gedetineerden, geen in de Basiswet voorziene vorm van bezoek betreft. De klachtencommissie is er niet van overtuigd dat een dergelijk recht voortvloeit uit de Basiswet of de bedoeling was van de wetgever, reden waarom zij aanvaardt dat het binnenhuisbezoek op heden een ‘gunst’ betreft en geen recht.

Wie binnenhuisbezoek wil met zijn gedetineerde partner dient, wanneer dit een relatie betreft die werd begonnen na de detentie, een duurzame relatie aan te tonen van drie maanden. Devoorwaarde van ‘drie maanden duurzame relatie’ slaat duidelijk op een partnerrelatie.
De aanvraag tot binnenhuisbezoek van klager werd geweigerd omdat hij pas sinds 22 augustus 2024 als partner geregistreerd stond van de medegedetineerde en de directie dit nog niet als een duurzame partnerrelatie van drie maanden beschouwde. De klachtencommissie beschikt in dit dossier niet over een kopie van de beslissing. Klager is echter op de hoogte dat de directie heeft beslist dat hun partnerrelatie pas op 22 augustus 2024 is gestart en een nieuwe aanvraag om die reden pas op 22 november 2024 mogelijk is. Hij gaat hiermee niet akkoord.

De klachtencommissie acht de bestreden beslissing wettig, redelijk en billijk. Klager stelt dat hij al langer dan 22 augustus 2024 schrijft met de betrokken medegedetineerde. Hij vindt het onredelijk dat hij moet wachten om binnenhuisbezoek aan te vragen tot 22 november 2024, aangezien ze al even schrijven. Klager heeft echter niet aangetoond dat hij al vroeger dan 22 augustus 2024 een duurzame partnerrelatie zou hebben met de medegedetineerde. Hij stelt in zijn klachtenformulier zelfs expliciet dat hij op 22 augustus 2024 heeft gevraagd om te noteren dat de medegedetineerde zijn partner was. Dat de directie dit moment dan ook als startdatum van de (partner)relatie heeft genomen en zij het binnenhuisbezoek pas mogelijk acht drie maanden na deze datum (22 november 2024), valt binnen haar – in dit kader ruime – discretionaire bevoegdheid. De klacht is niet gegrond.