Ga verder naar de inhoud

KC05/24-0315

Fondée KC - Brugge Commission des plaintes Mesure d'ordre
ORDEMAATREGEL - ARBEID - ONTSLAG - VERTROUWENSFUNCTIE

De klacht gaat over de beslissing van de directie van de gevangenis waarbij klaagster via ordemaatregel werd afgezet van haar functie als kleedkamerfatik.

De klachtencommissie stelt vast dat in dit dossier twee RAD’s werden opgesteld ten aanzien van klaagster. Beide RAD’s dateren van 21 september 2024. Klaagster werd over deze RAD’s gehoord op de tuchtzitting van 25 september 2024, met bijstand van een advocaat. Als ten laste gelegde feiten werden in herinnering gebracht: “doorgeven goederen aan medegedetineerde”. De klachtencommissie wijst erop dat de bestreden ordemaatregel tot het afzetten van klaagster van haar werk genomen werd twee dagen na het opstellen van de RAD’s en twee dagen vóór de tuchtzitting, met name op 23 september 2024. De klachtencommissie wijst vervolgens nog op de volgende zin uit het verweer van de directie: “Tuchtrechtelijk gevolgen blijven uit, gelet het op zich ook geen zware inbreuken betreffen, doch wel de goede werking van de kleedkamer in het gedrang brengen”.

Op basis van al de bovenstaande informatie, is de klachtencommissie van oordeel dat de directie bij het afzetten van klaagster van haar functie van kleedkamerfatik een bestraffende intentie had. Vooreerst werd op de tuchtzitting gezegd dat er aan klaagster geen tuchtsanctie zou worden
opgelegd, maar dat een ‘gevolg’ (van de RAD’s) wel was dat zij haar vertrouwensfunctie kwijt was. In het verweer wordt dan weer vermeld dat er geen tuchtgevolg werd gegeven aan de feiten, omdat het geen ‘zware inbreuken’ betrof. Op zich werd klaagster wel degelijk een tuchtinbreuk verweten, zijnde het doorgeven van goederen aan een medegedetineerde, wat een overtreding van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen inhoudt. En aan deze inbreuk werd naar het oordeel van de klachtencommissie een bestraffend gevolg gekoppeld, met name het afzetten van klaagster van haar functie als kleedkamerfatik.

De klacht is om deze reden gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bestreden ordemaatregel van 23 september 2024. Ten gevolge van deze vernietiging dient klaagster onmiddellijk terug in haar functie van kleedkamerfatik te worden hersteld of, indien hierdoor een andere
gedetineerde zou worden benadeeld, dient zij voor deze functie bovenaan de wachtlijst te worden geplaatst.