KC05/24-0309
Non fondée
KC - Brugge
Commission des plaintes
Autre décision directeur
VERBODEN SUBSTANTIES - CELCONTROLE
De eerste klacht gaat over de beslissing van de directie van de gevangenis om pillen in beslag te nemen naar aanleiding van een celcontrole in klagers cel. De tweede klacht gaat over de beslissing van de directie van de gevangenis om een tuchtzitting ten aanzien van klager niet te verplaatsen naar een weekenddag.
Over de eerste klacht (de inbeslagname van pillen):
Klagers had een celcontrole. Ten aanzien van klager werd diezelfde dag en naar aanleiding van deze celcontrole een RAD opgesteld.
De klachtencommissie vindt de inbeslagname van de pillen niet onwettig, onredelijk of onbillijk. Uit het RAD blijkt dat naar aanleiding van de celcontrole in klagers cel bijna 150 pillen werden gevonden, die niet in hun reguliere verpakking werden bewaard. Gelet op de hoeveelheid pillen en de manier waarop deze werden bewaard/verstopt, kon volgens de klachtencommissie niet zonder nader onderzoek worden uitgesloten dat deze pillen geen verboden substanties betroffen. Dit blijkt ook uit het feit dat de pillen aan de medische dienst moesten worden voorgelegd, die van ruim veertig pillen niet kon uitmaken welke soort het betrof. Dat deze pillen overeenkomstig artikel 109 Basiswet in beslag werden genomen, is wettig, redelijk en billijk.
De klachtencommissie stelt vervolgens nog vast dat in het RAD wordt vermeld dat een kennisgeving van de inbeslagname werd opgemaakt. Klager betwist in zijn klacht niet dat hij een bewijs van ontvangst heeft ontvangen naar aanleiding van de inbeslagname. Klager voert bovendien niet aan dat hij bepaalde medicatie die hij op 22 september 2024 of de daaropvolgende dagen in voorkomend geval nog nodig zou hebben gehad – overeenkomstig een voorschrift van de dokter – niet zou hebben gekregen. De eerste klacht is niet gegrond.
Over de tweede klacht (het niet verplaatsen van een tuchtzitting):
De directie stelt dat tuchtzittingen in het weekend in principe, omwille van administratieve redenen, enkel plaatsvinden in dossiers waar dit nodig is door een voorlopige maatregel. Ten aanzien van klager werd geen voorlopige maatregel opgelegd. Hij werd op 23 september 2024 uitgenodigd voor de tuchtzitting van 27 september 2024. Hij wilde dat deze zitting zou worden uitgesteld tot in het weekend, aangezien hij anders loon zou verliezen. De directie is hierop niet ingegaan. De klachtencommissie acht deze beslissing niet onwettig, onredelijk of onbillijk. Zij kan begrijpen waarom tuchtzittingen slechts bij wijze van uitzondering in het weekend plaatsvinden. Ten aanzien van klager was er geen voorlopige maatregel genomen, noch was er een andere overtuigende reden die een verplaatsing van het zittingsmoment naar een weekenddag rechtvaardigde.
De eerste klacht gaat over de beslissing van de directie van de gevangenis om pillen in beslag te nemen naar aanleiding van een celcontrole in klagers cel. De tweede klacht gaat over de beslissing van de directie van de gevangenis om een tuchtzitting ten aanzien van klager niet te verplaatsen naar een weekenddag.
Over de eerste klacht (de inbeslagname van pillen):
Klagers had een celcontrole. Ten aanzien van klager werd diezelfde dag en naar aanleiding van deze celcontrole een RAD opgesteld.
De klachtencommissie vindt de inbeslagname van de pillen niet onwettig, onredelijk of onbillijk. Uit het RAD blijkt dat naar aanleiding van de celcontrole in klagers cel bijna 150 pillen werden gevonden, die niet in hun reguliere verpakking werden bewaard. Gelet op de hoeveelheid pillen en de manier waarop deze werden bewaard/verstopt, kon volgens de klachtencommissie niet zonder nader onderzoek worden uitgesloten dat deze pillen geen verboden substanties betroffen. Dit blijkt ook uit het feit dat de pillen aan de medische dienst moesten worden voorgelegd, die van ruim veertig pillen niet kon uitmaken welke soort het betrof. Dat deze pillen overeenkomstig artikel 109 Basiswet in beslag werden genomen, is wettig, redelijk en billijk.
De klachtencommissie stelt vervolgens nog vast dat in het RAD wordt vermeld dat een kennisgeving van de inbeslagname werd opgemaakt. Klager betwist in zijn klacht niet dat hij een bewijs van ontvangst heeft ontvangen naar aanleiding van de inbeslagname. Klager voert bovendien niet aan dat hij bepaalde medicatie die hij op 22 september 2024 of de daaropvolgende dagen in voorkomend geval nog nodig zou hebben gehad – overeenkomstig een voorschrift van de dokter – niet zou hebben gekregen. De eerste klacht is niet gegrond.
Over de tweede klacht (het niet verplaatsen van een tuchtzitting):
De directie stelt dat tuchtzittingen in het weekend in principe, omwille van administratieve redenen, enkel plaatsvinden in dossiers waar dit nodig is door een voorlopige maatregel. Ten aanzien van klager werd geen voorlopige maatregel opgelegd. Hij werd op 23 september 2024 uitgenodigd voor de tuchtzitting van 27 september 2024. Hij wilde dat deze zitting zou worden uitgesteld tot in het weekend, aangezien hij anders loon zou verliezen. De directie is hierop niet ingegaan. De klachtencommissie acht deze beslissing niet onwettig, onredelijk of onbillijk. Zij kan begrijpen waarom tuchtzittingen slechts bij wijze van uitzondering in het weekend plaatsvinden. Ten aanzien van klager was er geen voorlopige maatregel genomen, noch was er een andere overtuigende reden die een verplaatsing van het zittingsmoment naar een weekenddag rechtvaardigde.