KC05/24-0153
Fondée
KC - Brugge
Commission des plaintes
Mesure de sécurité particulière
BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL
Klager heeft klacht ingediend tegen de beslissing van de directie om ten aanzien van hem opgelegde bijzondere veiligheidsmaatregelen een derde keer te verlengen. De klachtencommissie wijst erop dat de initiële beslissing tot het opleggen van bijzondere veiligheidsmaatregelen en de beslissing tot eerste en tweede verlenging ervan door de klachtencommissie werden vernietigd (KC05/24-0127, KC05/24-0134 en KC05/24-0147). Klager werd gelijktijdig gehoord voor de derde verlenging van de bijzondere veiligheidsmaatregelen en voor een individueel bijzonder veiligheidsregime. De klachtencommissie wijst erop dat dit ontoelaatbaar is. Dergelijke hoormomenten dienen, zoals duidelijk uit de Basiswet blijkt, strikt van elkaar onderscheiden te worden. Daarnaast wijst de klachtencommissie erop dat de initiële beslissing tot het opleggen van bijzondere veiligheidsmaatregelen en de eerste en tweede verlenging van de maatregelen door de klachtencommissie werden vernietigd. De derde verlenging betreft een beslissing die voortbouwt op deze beslissingen, die echter retroactief uit de rechtsorde zijn verdwenen en geacht worden nooit te hebben bestaan. Zodoende kon de directie niet voor een derde keer veiligheidsmaatregelen verlengen die op dat moment juridisch gezien niet bestonden. De klacht is ontvankelijk en gegrond.
Klager heeft klacht ingediend tegen de beslissing van de directie om ten aanzien van hem opgelegde bijzondere veiligheidsmaatregelen een derde keer te verlengen. De klachtencommissie wijst erop dat de initiële beslissing tot het opleggen van bijzondere veiligheidsmaatregelen en de beslissing tot eerste en tweede verlenging ervan door de klachtencommissie werden vernietigd (KC05/24-0127, KC05/24-0134 en KC05/24-0147). Klager werd gelijktijdig gehoord voor de derde verlenging van de bijzondere veiligheidsmaatregelen en voor een individueel bijzonder veiligheidsregime. De klachtencommissie wijst erop dat dit ontoelaatbaar is. Dergelijke hoormomenten dienen, zoals duidelijk uit de Basiswet blijkt, strikt van elkaar onderscheiden te worden. Daarnaast wijst de klachtencommissie erop dat de initiële beslissing tot het opleggen van bijzondere veiligheidsmaatregelen en de eerste en tweede verlenging van de maatregelen door de klachtencommissie werden vernietigd. De derde verlenging betreft een beslissing die voortbouwt op deze beslissingen, die echter retroactief uit de rechtsorde zijn verdwenen en geacht worden nooit te hebben bestaan. Zodoende kon de directie niet voor een derde keer veiligheidsmaatregelen verlengen die op dat moment juridisch gezien niet bestonden. De klacht is ontvankelijk en gegrond.