Ga verder naar de inhoud

KC05/24-0132

Fondée KC - Brugge Commission des plaintes Fouille à corps
FOUILLE LICHAAM – MOTIVERING – UITVOERING

Klager heeft twee klachten ingediend.

De eerste klacht is gericht tegen een beslissing tot fouillering op het lichaam. De beslissing tot fouillering werd als volgt gemotiveerd: “Tijdens het tafelbezoek verrichte betrokkene verdachte handelingen. Om uit te sluiten dat betrokkene verboden zaken bij zich zou hebben”. De klachtencommissie is van oordeel dat uit deze summiere motivering niet blijkt waarom in het specifieke geval van klager een fouillering op zijn lichaam gerechtvaardigd was. De beslissing bevat geen enkele individuele aanwijzing waaruit blijkt welke concrete handelingen klager heeft gesteld en waarom een onderzoek aan zijn kledij niet had volstaan om het beoogde doel te bereiken. De eerste klacht is ontvankelijk en gegrond.

De tweede klacht is gericht tegen de uitvoering van de beslissing tot fouillering op het lichaam. Klager stelt dat tijdens de uitvoering van de fouillering op zijn lichaam een deur niet mocht gesloten worden, zodat hij zich moest uitkleden voor vijf beambten. De klachtencommissie wijst erop dat een permanent visueel toezicht op een gedetineerde die zich aan het ontkleden is niet wordt voorzien in bijlage 3 bij Collectieve Brief nr. 141. Op dit vlak is de procedure, in weerwil van wat de directie aanvoert, niet correct verlopen. Daarnaast wordt in de Basiswet ook duidelijk bepaald dat een fouillering op het lichaam moet plaatsvinden in een gesloten ruimte. Een lokaal dat grenst aan een ander lokaal met daartussen een open deur, betreft naar het oordeel van de klachtencommissie geen ‘gesloten ruimte’. Ook op dit vlak is de uitvoering van de fouillering op het lichaam van klager dus niet correct verlopen. De tweede klacht is ontvankelijk en gegrond.