Ga verder naar de inhoud

KC05/24-0038

Non fondée KC - Brugge Commission des plaintes Disciplinaire Mesure d'ordre
BEZOEK – TUCHT – VERBODEN SUBSTANTIES

Klager heeft twee klachten ingediend.

De eerste klacht is gericht tegen het beperken van het bezoek van klager met zijn vader tot glasbezoek gedurende één maand. Ook al zou de ordemaatregel formeel gericht zijn tegen de bezoeker, toch betreft dit volgens de klachtencommissie een beklagwaardige beslissing. De klachtencommissie acht de bestreden ordemaatregel niet onwettig, onredelijk of onbillijk. Beambten hebben vastgesteld dat klager iets ontving van zijn bezoeker. Tijdens de op dat bezoek volgende fouillering op het lichaam werd effectief een bepaalde verdachte substantie gevonden, waarvan klager onmiddellijk toegaf dat het een verboden substantie betrof. Het bezoek van klagers vader werd ingeperkt tot glasbezoek, maar niet volledig ontzegd. De ordemaatregel is daarnaast beperkt tot één maand en is zodoende in tijd beperkt. De eerste klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.

De tweede klacht is gericht tegen een tuchtsanctie van dertig dagen ATV wegens één tuchtinbreuk van eerste categorie, zijnde het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties. De klachtencommissie acht ook de tuchtbeslissing wettig, redelijk en billijk. Klager betwistte zijn schuld niet tijdens de tuchtzitting, maar stelde wel dat hij de substantie van een medegedetineerde had gekocht en dus niet van zijn vader had gekregen. Dat klager echter schuldig is aan het bezit van verboden substanties, staat vast. Dat de directie beslist om bepaalde feiten, zoals het bezit van drugs, met zware tuchtsancties te bestraffen, zoals in dit dossier met het maximum aantal dagen ATV voor een tuchtinbreuk van eerste categorie, valt volgens de klachtencommissie binnen haar discretionaire bevoegdheid. De tweede klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.