Ga verder naar de inhoud

KC05/24-0036

Fondée KC - Brugge Commission des plaintes Fouille à corps
FOUILLE LICHAAM – MOTIVERING

Klager heeft klacht ingediend tegen een beslissing tot fouillering op zijn lichaam. De beslissing werd als volgt gemotiveerd: “Er zijn vermoedens dat betrokkene in het bezit is van drugs. Om uit te sluiten dat betrokkene in het bezit is van verboden substanties, wordt vernoemde aan een fouillering op het lichaam onderworpen”. De klachtencommissie is van oordeel dat uit deze summiere motivering niet blijkt waarom in het specifieke geval van klager een fouillering op zijn lichaam gerechtvaardigd was. Zo bevat de beslissing geen enkele individuele aanwijzing waaruit blijkt welke concrete vermoedens er bestonden dat klager in het bezit was van verboden substanties (drugs) en waarom een onderzoek aan zijn kledij niet had volstaan. Het gebruik van een dermate vage en algemene motivering, waarbij enkel maar wordt verwezen naar ‘vermoedens’ en de noodzaak om ‘uit te sluiten’ dat een gedetineerde (al dan niet nader bepaalde) verboden voorwerpen of substanties bij zich zou hebben, zou impliceren dat een fouillering op het lichaam steeds ten aanzien van alle gedetineerden in een gelijkaardige situatie zou kunnen worden bevolen. De klacht is ontvankelijk en gegrond.