KC05/24-0023
Non fondée
Irrecevable
KC - Brugge
Commission des plaintes
Autre décision directeur
Pas de décision du directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR – BEVOEGDHEID – BIJSTAND ADVOCAAT – SANCTIE
Klaagster heeft drie klachten ingediend.
De eerste klacht gaat over het opstellen van een RAD ten aanzien van klaagster. Volgens haar zouden verschillende zaken in dit RAD niet kloppen. Op het ogenblik van het indienen van de klacht van klaagster was er echter nog geen beslissing door of namens de directeur, noch een verzuim of weigering om een beslissing te nemen. De eerste klacht is niet ontvankelijk.
De tweede klacht gaat over de beslissing tot het uitstellen van een tuchtzitting. Klaagster werd twee dagen voor de oorspronkelijke tuchtzitting uitgenodigd en haar advocaat werd uitgenodigd de middag voor de zitting. Klaagster wenste zich op die tuchtzitting niet te laten bijstaan door een aanwezige advocate, maar door haar eigen advocaat, die niet aanwezig was. Daarom heeft de directie de tuchtzitting uitgesteld. Dit uitstel gebeurde dus op vraag van klaagster en vanuit het oogpunt van haar rechten van verdediging. Deze beslissing is wettelijk, redelijk en billijk. De tweede klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.
De derde klacht gaat over het verzuim van de directie om het individuele tuchtregister van klaagster aan te passen. Uit de informatie in een eerder dossier van klaagster, waarnaar zij in het kader van haar huidige klacht verwijst, blijkt dat op basis van een afspraak met de directie een tuchtsanctie van zeven dagen ATV werd stopgezet na vier dagen. Klaagster dient klacht in omdat in haar individuele tuchtregister nog steeds ‘één week ATV’ staat. De klachtencommissie wijst erop dat nergens wordt vereist dat de vroegtijdige stopzetting van een tuchtsanctie wordt vermeld in het tuchtregister. Het ontbreken van een dergelijke aanpassing in het individuele tuchtregister is op zich niet onwettig, onredelijk of onbillijk. De derde klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.
Klaagster heeft drie klachten ingediend.
De eerste klacht gaat over het opstellen van een RAD ten aanzien van klaagster. Volgens haar zouden verschillende zaken in dit RAD niet kloppen. Op het ogenblik van het indienen van de klacht van klaagster was er echter nog geen beslissing door of namens de directeur, noch een verzuim of weigering om een beslissing te nemen. De eerste klacht is niet ontvankelijk.
De tweede klacht gaat over de beslissing tot het uitstellen van een tuchtzitting. Klaagster werd twee dagen voor de oorspronkelijke tuchtzitting uitgenodigd en haar advocaat werd uitgenodigd de middag voor de zitting. Klaagster wenste zich op die tuchtzitting niet te laten bijstaan door een aanwezige advocate, maar door haar eigen advocaat, die niet aanwezig was. Daarom heeft de directie de tuchtzitting uitgesteld. Dit uitstel gebeurde dus op vraag van klaagster en vanuit het oogpunt van haar rechten van verdediging. Deze beslissing is wettelijk, redelijk en billijk. De tweede klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.
De derde klacht gaat over het verzuim van de directie om het individuele tuchtregister van klaagster aan te passen. Uit de informatie in een eerder dossier van klaagster, waarnaar zij in het kader van haar huidige klacht verwijst, blijkt dat op basis van een afspraak met de directie een tuchtsanctie van zeven dagen ATV werd stopgezet na vier dagen. Klaagster dient klacht in omdat in haar individuele tuchtregister nog steeds ‘één week ATV’ staat. De klachtencommissie wijst erop dat nergens wordt vereist dat de vroegtijdige stopzetting van een tuchtsanctie wordt vermeld in het tuchtregister. Het ontbreken van een dergelijke aanpassing in het individuele tuchtregister is op zich niet onwettig, onredelijk of onbillijk. De derde klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.