Ga verder naar de inhoud

KC05/24-0018

Non fondée KC - Brugge Commission des plaintes Autre décision directeur
ORDEMAATREGEL – BIJZONDER REGIME

Klager heeft twee klachten ingediend.

De eerste klacht is gericht tegen de beslissing tot het opleggen van een plantonverbod van een maand aan klager. Deze maatregel was beperkt in de tijd. De ordemaatregel was bovendien gestoeld op bepaald gedrag dat klager op het planton had gesteld, met name het binnengaan in een bureau van een PSD-lid zonder toelating en het negeren van orders van een beambte. De toegang van klager tot deze diensten werd door de ordemaatregel niet volledig ontzegd. Zo kon klager nog steeds beroep doen op de op het planton aanwezige diensten, zij het via contactmomenten op de eigen sectie in een afzonderlijk lokaal. Deze ordemaatregel werd volgens de klachtencommissie ook niet met een bestraffend oogmerk genomen. De eerste klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.

De tweede klacht is gericht tegen de verlenging van klagers plantonverbod met één maand. Ook deze ordemaatregel was beperkt in de tijd. Uit de ordemaatregel blijkt dat het gedrag van klager in de periode van de eerste ordemaatregel (die liep van 8 december 2023 tot en met 8 januari 2024) regelmatig door de directie werd geëvalueerd. Klager werd in dit kader ook op rapport gezien en aangesproken door de directie. De directie meende dat het gedrag van klager van die orde was dat een verlenging van het plantonverbod aangewezen was. De directie blijkt de situatie dus opnieuw geëvalueerd te hebben, zodat in de beslissing tot verlenging rekening werd gehouden met geactualiseerde informatie. Net zoals bij de eerste ordemaatregel, kon klager ook tijdens de duurtijd van deze ordemaatregel blijvend beroep doen op de op het planton aanwezige diensten, zij het op de eigen sectie. Ook deze ordemaatregel tot verlenging van het plantonverbod werd volgens de klachtencommissie niet met een bestraffend oogmerk genomen. De tweede klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.