KC05/23-0253
Fondée
KC - Brugge
Commission des plaintes
Autre décision directeur
BIJZONDER REGIME
De klacht is gericht tegen de beslissing van de directie tot het opleggen van een plantonverbod. Dit verbod, waarbij een gedetineerde geen toegang heeft tot het planton (de gang waar o.a. de PSD zit) is inherent aan het verblijf op sectie 31, wat een meer beveiligde sectie is. Het is ook automatisch van toepassing op iedere gedetineerde die op deze sectie verblijft. Dergelijk automatisme doet op zich niets af aan de bevoegdheid van de klachtencommissie. Telkens een gedetineerde op sectie 31 wordt geplaatst, wordt immers onmiddellijk – op basis van een veralgemeende beleidsbeslissing – ook een beslissing tot het opleggen van een plantonverbod genomen, wat dus (telkens) een beslissing door of namens de directeur ten aanzien van een individuele gedetineerde betreft. Ook ten aanzien van klager werd een dergelijke beslissing genomen. De klacht is ontvankelijk. Wat betreft de gegrondheid, heeft de klachtencommissie geen kennis van de (beleids)beslissing van de directie waarbij op sectie 31 automatisch een plantonverbod wordt toegepast, zo ook ten aanzien van klager. Dit plantonverbod wordt niet vermeld in het huishoudelijk reglement, noch werd de klachtencommissie in kennis gesteld van een document waaruit blijkt wat dit plantonverbod precies inhoudt of op basis van welke motieven of om welke redenen een dergelijk verbod wordt toegepast. Evenmin is duidelijk op basis van welke motieven een dergelijk plantonverbod ook ten aanzien van klager nodig werd geacht. Het is ook aangetoond dat klager door het plantonverbod minder frequent contact kon hebben met de PSD dan andere gedetineerden, wat een impact had op zijn reclasseringsdossier. Gelet op al het bovenstaande, meent de klachtencommissie dat de beslissing tot het opleggen van een plantonverbod ten aanzien van klager onwettig was. Deze klacht is ontvankelijk en gegrond.
De klacht is gericht tegen de beslissing van de directie tot het opleggen van een plantonverbod. Dit verbod, waarbij een gedetineerde geen toegang heeft tot het planton (de gang waar o.a. de PSD zit) is inherent aan het verblijf op sectie 31, wat een meer beveiligde sectie is. Het is ook automatisch van toepassing op iedere gedetineerde die op deze sectie verblijft. Dergelijk automatisme doet op zich niets af aan de bevoegdheid van de klachtencommissie. Telkens een gedetineerde op sectie 31 wordt geplaatst, wordt immers onmiddellijk – op basis van een veralgemeende beleidsbeslissing – ook een beslissing tot het opleggen van een plantonverbod genomen, wat dus (telkens) een beslissing door of namens de directeur ten aanzien van een individuele gedetineerde betreft. Ook ten aanzien van klager werd een dergelijke beslissing genomen. De klacht is ontvankelijk. Wat betreft de gegrondheid, heeft de klachtencommissie geen kennis van de (beleids)beslissing van de directie waarbij op sectie 31 automatisch een plantonverbod wordt toegepast, zo ook ten aanzien van klager. Dit plantonverbod wordt niet vermeld in het huishoudelijk reglement, noch werd de klachtencommissie in kennis gesteld van een document waaruit blijkt wat dit plantonverbod precies inhoudt of op basis van welke motieven of om welke redenen een dergelijk verbod wordt toegepast. Evenmin is duidelijk op basis van welke motieven een dergelijk plantonverbod ook ten aanzien van klager nodig werd geacht. Het is ook aangetoond dat klager door het plantonverbod minder frequent contact kon hebben met de PSD dan andere gedetineerden, wat een impact had op zijn reclasseringsdossier. Gelet op al het bovenstaande, meent de klachtencommissie dat de beslissing tot het opleggen van een plantonverbod ten aanzien van klager onwettig was. Deze klacht is ontvankelijk en gegrond.