Ga verder naar de inhoud

KC05/23-0195

Fondée KC - Brugge Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT – BIJSTAND ADVOCAAT

De klacht is gericht tegen een tuchtsanctie van dertig dagen ATV met een uitstel voor een periode van drie maanden en dit wegens een tuchtinbreuk van eerste categorie, zijnde het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken. Klager, die al enkele maanden in een monocel verbleef, had enkele dagen na zijn terugkomst van een bezoektransfer, een gsm op zijn cel gevonden en deze spontaan afgegeven aan een beambte. De klachtencommissie is vooreerst van oordeel dat de directie klager terecht schuldig kon achten aan de hem ten laste gelegde inbreuk. Zo wilde klager op de tuchtzitting geen verdere informatie geven op basis waarvan de directie zijn versie van de feiten kon verifiëren. Gelet hierop, is het begrijpelijk dat de directie twijfels had bij de waarachtigheid van de versie van klager, zijn uitleg ongeloofwaardig vond en hem zodoende schuldig achtte aan het bezit van een technologisch middel dat onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maakt.

De klachtencommissie meent wel dat er een schending van de rechten van verdediging van klager is. Zo had klager aangegeven dat hij bijstand van zijn advocaat wenste tijdens de tuchtzitting. In het verslag van de tuchtzitting werd genoteerd dat de advocaat van klager niet aanwezig was, doch rechtmatig werd uitgenodigd. De advocate van klager bevestigde dat het kantoor de uitnodiging ontvangen had. Uit het verslag van de tuchtzitting blijkt verder dat door de directie louter werd meegedeeld dat de zitting zou doorgaan. Er werd niet aan klager gevraagd of hij akkoord ging dat de zitting kon doorgaan zonder bijstand van zijn advocaat, noch blijkt uit het verslag of de advocaat van klager een reden had opgegeven voor zijn afwezigheid, wat deze reden in voorkomend geval was en of dit alles aan klager werd meegedeeld. Wat in dit kader allemaal gezegd wordt alsook hoe en wanneer een advocaat wordt gecontacteerd en wat hierop al dan niet van reactie komt, maakt volgens de klachtencommissie best deel uit van het tuchtdossier, zodat hierover achteraf geen onduidelijkheid bestaat. Dat klager ten slotte onder een voorlopige maatregel stond, doet niets af aan de bevindingen van de klachtencommissie. De klacht is om deze reden ontvankelijk en gegrond.