Ga verder naar de inhoud

KC05/23-0189

Non fondée Irrecevable KC - Brugge Commission des plaintes Disciplinaire Pas de décision du directeur Mesure d'ordre
TUCHT – VERBODEN SUBSTANTIES – ORDEMAATREGEL – MUTATIE – GEEN BESLISSING DIRECTEUR – BEVOEGDHEID

Klager heeft drie klachten ingediend.

De eerste klacht gaat over een tuchtsanctie van dertig dagen ATV wegens enerzijds een tuchtinbreuk van eerste categorie, zijnde het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties en anderzijds een tuchtinbreuk van tweede categorie, zijnde het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie klager terecht schuldig kon achten aan de aangekruiste tuchtinbreuken. Klager gaf op de zitting toe dat hij de verboden substantie als tussenpersoon had doorgegeven. De sanctie van dertig dagen ATV is streng, maar valt binnen de discretionaire bevoegdheid van de directie om bepaalde zaken, zoals drugsbezit en -handel, streng te bestraffen. Dat een andere gedetineerde een andere en zelfs mildere straf zou hebben gekregen, doet hieraan niets af. Deze eerste klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.

De tweede klacht gaat over een ordemaatregel. Klager werd naast zijn tuchtsanctie gemuteerd naar een gesloten sectie. De directie motiveerde volgens de klachtencommissie voldoende waarom het gedrag van klager niet overeenstemt met het gedrag dat vereist wordt voor een verblijf op een open sectie. De ordemaatregel werd volgens de klachtencommissie niet vanuit een bestraffend oogmerk genomen. Deze tweede klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.

De derde klacht is gericht tegen het feit dat klager niet kon werken tijdens de uitvoering van zijn tuchtsanctie ATV. De klachtencommissie wijst erop dat in de Basiswet wordt bepaald dat de gedetineerde onder ATV voor de duur van deze afzondering geen inkomsten uit arbeid ontvangt, behalve voor arbeid verricht buiten gemeenschappelijk verband. Het feit dat klager gedurende de dertig dagen ATV zijn werk niet kon uitoefenen, is dus geen beslissing die werd genomen door of namens de directeur, maar betreft een automatisch en in de Basiswet voorzien gevolg van een ATV. Na deze ATV kon klager zijn werk gewoon hervatten. Klager toont niet aan dat hij bv. de directie om een uitzondering had gevraagd of dat hij bv. werk buiten gemeenschappelijk verband wilde verrichten maar de directie hierover negatief beslist had of verzuimde hierover een beslissing te nemen. Deze derde klacht is niet ontvankelijk.