KC05/23-0187
Non fondée
KC - Brugge
Commission des plaintes
Autre décision directeur
MEDISCH
De klacht gaat over de beslissing namens de directie waarbij klager na weigering van een tbc-test in een isolatieregime werd geplaatst. Wat betreft de ontvankelijkheid van de klacht, verwijst de klachtencommissie naar haar uitspraak in dossier KC05/23-0141, waarin na een uitgebreide analyse werd beslist dat het de directie is die formeel gezien de beslissing tot isolatie neemt of toch moet nemen en het in ieder geval minstens een beslissing namens de directie betreft. De klachtencommissie ziet geen reden om hiervan in huidig dossier af te wijken. Wat betreft de gegrondheid van de klacht, blijkt uit de beschikbare informatie dat klager in isolatie werd geplaatst omdat hij had geweigerd een mantouxtest af te leggen en aan de verpleegkundige dienst had aangegeven dat zijn test sowieso positief zou zijn. De klachtencommissie stelt vast dat er in dit dossier sprake is van uitzonderlijke omstandigheden. Door de afwezigheid van de tbc-coördinator kon klager geen onderhoud hebben met deze coördinator over de reden van zijn weigering van de tbc-test. Vervolgens was er nog gebrekkige communicatie tussen de directie, de dokter en de verpleegkundige dienst en werd een door de advocaat van klager op vrijdag verstuurd bericht met daarin bepaalde medische informatie pas de maandag daarop gelezen. Toen klager uiteindelijk enkele dagen daarna een onderhoud met de dokter had om zijn specifieke situatie te bespreken, bleek een isolatie medisch gezien inderdaad niet nodig te zijn. Gelet op deze uitzonderlijke omstandigheden, acht de klachtencommissie het niet onwettig, onredelijk of onbillijk dat klager uit voorzorg en in afwachting van een onderhoud met de dokter in isolatie werd geplaatst. De klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.
De klacht gaat over de beslissing namens de directie waarbij klager na weigering van een tbc-test in een isolatieregime werd geplaatst. Wat betreft de ontvankelijkheid van de klacht, verwijst de klachtencommissie naar haar uitspraak in dossier KC05/23-0141, waarin na een uitgebreide analyse werd beslist dat het de directie is die formeel gezien de beslissing tot isolatie neemt of toch moet nemen en het in ieder geval minstens een beslissing namens de directie betreft. De klachtencommissie ziet geen reden om hiervan in huidig dossier af te wijken. Wat betreft de gegrondheid van de klacht, blijkt uit de beschikbare informatie dat klager in isolatie werd geplaatst omdat hij had geweigerd een mantouxtest af te leggen en aan de verpleegkundige dienst had aangegeven dat zijn test sowieso positief zou zijn. De klachtencommissie stelt vast dat er in dit dossier sprake is van uitzonderlijke omstandigheden. Door de afwezigheid van de tbc-coördinator kon klager geen onderhoud hebben met deze coördinator over de reden van zijn weigering van de tbc-test. Vervolgens was er nog gebrekkige communicatie tussen de directie, de dokter en de verpleegkundige dienst en werd een door de advocaat van klager op vrijdag verstuurd bericht met daarin bepaalde medische informatie pas de maandag daarop gelezen. Toen klager uiteindelijk enkele dagen daarna een onderhoud met de dokter had om zijn specifieke situatie te bespreken, bleek een isolatie medisch gezien inderdaad niet nodig te zijn. Gelet op deze uitzonderlijke omstandigheden, acht de klachtencommissie het niet onwettig, onredelijk of onbillijk dat klager uit voorzorg en in afwachting van een onderhoud met de dokter in isolatie werd geplaatst. De klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.