Ga verder naar de inhoud

KC05/23-0183

Non fondée KC - Brugge Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - TERMIJN

Klager beweert dat de tuchtbeslissing in strijd is met artikel 144 van de Basiswet omdat de tuchtinbreuk dateert van 30 juli en de tuchtbeslissing werd genomen op 7 augustus.
Volgens klager is de tuchtbeslissing in die omstandigheden niet tijdig genomen. Zoals de directie in haar verweer stelt, beschikt de directie na ontvangst van het RAD over 7 dagen om te beslissen of de feiten volgens haar een tuchtrechtelijk gevolg vereisen of niet. Indien de directie meent dat de feiten een tuchtrechtelijk gevolg vereisen, zoals in voorliggend dossier het geval was, dient de directie klager daarvan in kennis te stellen. In casu heeft de directie klager op 3 augustus, dus binnen de termijn van 7 dagen, in kennis gesteld van het feit dat tegen hem een tuchtprocedure zou worden opgestart door middel van overhandiging van het document “mededeling aan de gedetineerde inzake de tuchtprocedure”. Na overhandiging van dit document beschikt de directeur nog eens over 7 dagen om de gedetineerde te horen. Daarna dient de directeur een beslissing te nemen binnen 24 uur nadat de gedetineerde werd gehoord. De directie had met andere woorden tot 10 augustus de tijd om klager te horen en tot 11 augustus om een beslissing te nemen.

De tuchtbeslissing werd in casu op 7 augustus en dus tijdig genomen. Er is dus geen schending van artikel 144 van de Basiswet.
Verder stelt de klachtencommissie vast dat klager de feiten zoals beschreven in het RAD tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting van 7 augustus toegaf.
De klachtencommissie kan geen onwettigheden vaststellen in de tuchtbeslissing of de daaraan voorafgaande tuchtprocedure.
De klacht is ongegrond.