KC05/23-0181
Fondée
KC - Brugge
Commission des plaintes
Autre décision directeur
OVERBEVOLKING - GRONDSLAPEN - CELMUTATIE
De klacht gaat over het gegeven dat klager in de gevangenis als derde persoon en grondslaper op een bepaalde cel diende te verblijven. Waar in het schriftelijk verweer van de directie wordt gesteld dat het om een duocel ging, verbeterde het inrichtingshoofd ter zitting dat het om een cel bedoeld voor één persoon, dus een éénpersoonscel ging. Klager heeft een maand als grondslaper in deze cel verbleven. De directie heeft de door klager beschreven omstandigheden niet betwist. Klager voert naar het oordeel van de klachtencommissie ook een gedetailleerde en geloofwaardige beschrijving aan. De klachtencommissie acht het hoe dan ook onredelijk dat een gedetineerde in een cel niet over een bed beschikt en op de grond moet slapen. De directie betwist niet dat klager als derde persoon in een cel bedoeld voor één persoon werd geplaatst. De directie betwist ook niet dat klager over een oppervlakte van minder dan 3m² per persoon beschikte en betwist in het algemeen de door klager aangehaalde schending van artikel 3 EVRM niet.
Klager verbleef gedurende een maand met in het totaal 3 personen op een cel bedoeld voor 1 persoon. Hij had geen werk.
Bovendien vermeldde klager dat hij ziek was en vroeg hij (nog voor het indienen van de klacht) of hij om medische redenen kon verplaatst worden. De directie weigerde op deze vraag in te gaan, maar verwees klager gewoon door naar de medische dienst.
De situatie waarin klager verbleef was in strijd met artikel 3 van het EVRM, en maakte dus een onmenselijke behandeling uit.
De klacht is gegrond.
De klacht gaat over het gegeven dat klager in de gevangenis als derde persoon en grondslaper op een bepaalde cel diende te verblijven. Waar in het schriftelijk verweer van de directie wordt gesteld dat het om een duocel ging, verbeterde het inrichtingshoofd ter zitting dat het om een cel bedoeld voor één persoon, dus een éénpersoonscel ging. Klager heeft een maand als grondslaper in deze cel verbleven. De directie heeft de door klager beschreven omstandigheden niet betwist. Klager voert naar het oordeel van de klachtencommissie ook een gedetailleerde en geloofwaardige beschrijving aan. De klachtencommissie acht het hoe dan ook onredelijk dat een gedetineerde in een cel niet over een bed beschikt en op de grond moet slapen. De directie betwist niet dat klager als derde persoon in een cel bedoeld voor één persoon werd geplaatst. De directie betwist ook niet dat klager over een oppervlakte van minder dan 3m² per persoon beschikte en betwist in het algemeen de door klager aangehaalde schending van artikel 3 EVRM niet.
Klager verbleef gedurende een maand met in het totaal 3 personen op een cel bedoeld voor 1 persoon. Hij had geen werk.
Bovendien vermeldde klager dat hij ziek was en vroeg hij (nog voor het indienen van de klacht) of hij om medische redenen kon verplaatst worden. De directie weigerde op deze vraag in te gaan, maar verwees klager gewoon door naar de medische dienst.
De situatie waarin klager verbleef was in strijd met artikel 3 van het EVRM, en maakte dus een onmenselijke behandeling uit.
De klacht is gegrond.