Ga verder naar de inhoud

KC05/23-0168

Non fondée Fondée KC - Brugge Commission des plaintes Mesure provisoire Disciplinaire Fouille à corps
VOORLOPIGE MAATREGEL – FOUILLE LICHAAM – TUCHT

Klager heeft vijf klachten ingediend.

De eerste klacht is gericht tegen een voorlopige maatregel die werd opgelegd ten aanzien van klager op basis van agressief gedrag naar het personeel toe. De klachtencommissie acht het op basis van de in het dossier beschikbare informatie niet onwettig, onredelijk of onbillijk dat de directie op het moment van de feiten heeft geoordeeld dat er een ernstige en opzettelijke aantasting bestond van de interne veiligheid en zij de beslissing heeft genomen om een voorlopige maatregel tot onderbrenging in de beveiligde cel op te leggen ten aanzien van klager. Deze eerste klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.

De tweede klacht gaat over het verzuim van de directie om een fouillering op het lichaam van klager te nemen op 14 juli 2023. In deze zaak werd bijstand van de politie gevraagd om klager op een beveiligde cel te kunnen plaatsen. Klager werd hierbij ook op zijn lichaam gefouilleerd. De klachtencommissie wijst in dit kader op enkele beslissingen van de klachtencommissie van Leuven-Centraal, die na een uitgebreide analyse verschillende klachten over een – zij het georganiseerde en geplande – politionele actie ontvankelijk heeft verklaard, waarbij de cellen van de gedetineerden in kwestie werden doorzocht en zij werden gefouilleerd op hun lichaam. Gebaseerd op eenzelfde redenering, meent de klachtencommissie dat niet is aangetoond op welke wettelijke basis de politie in het geval van klager de bevoegdheid zou gehad hebben om eigenhandig een fouillering op het lichaam van klager te bevelen. In het geval van klager diende de beslissing tot fouillering op zijn lichaam bij zijn overbrenging naar de beveiligde cel te worden genomen door de directie, die haar beslissing binnen de vierentwintig uur schriftelijk aan de gedetineerde moest bezorgen. In het geval van klager is er geen enkele beslissing van de directie voorhanden. Zodoende is er sprake van een beklagwaardig verzuim van de directie om een beslissing te nemen. Uit de ontvankelijkheid van de klacht, waarbij werd vastgesteld dat er een verzuim was om een beslissing tot fouillering op het lichaam van klager te nemen, vloeit tevens de gegrondheid van de klacht voort. De directie diende immers een beslissing te nemen, maar heeft dit niet gedaan. Zodoende is er geen individueel gemotiveerde beslissing voorhanden. Deze tweede klacht is ontvankelijk en gegrond.

De derde klacht is gericht tegen een fouillering op het lichaam van klager op 14 juli 2023. De klachtencommissie is van oordeel dat in de beslissing tot fouillering op het lichaam van klager niet wordt aangetoond welke individuele aanwijzingen er bestonden dat een onderzoek aan zijn kledij niet had volstaan om na te gaan of hij in het bezit was van verboden voorwerpen of substanties, noch dat de bevolen fouillering evenredig of subsidiair was. Deze derde klacht is ontvankelijk en gegrond.

De vierde klacht is gericht tegen een fouillering op het lichaam van klager op 15 juli 2023. Deze beslissing werd gemotiveerd als volgt: “er was een zeer sterke verdacht geur waar te nemen in de VC”. Uit deze summiere motivering blijkt voor de klachtencommissie onvoldoende welke individuele aanwijzingen er in het specifieke geval van klager bestonden die een derde fouillering op zijn lichaam binnen een tijdsspanne van nog geen 24 uur rechtvaardigden. Deze vierde klacht is ontvankelijk en gegrond.

De vijfde klacht is gericht tegen een tuchtsanctie van dertig dagen ATV wegens drie tuchtinbreuken van eerste categorie en één tuchtinbreuk van tweede categorie. De klachtencommissie acht het niet onwettig, onredelijk of onbillijk dat de directie klager schuldig achtte aan en sanctioneerde voor de hem ten laste gelegde feiten. Deze vijfde klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.