Ga verder naar de inhoud

KC05/23-0152

Fondée KC - Brugge Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - ZORGVULDIGHEIDSPLICHT - BEWIJS - RECHT OP TEGENSPRAAK

De klachtencommissie stelt vast dat de directie op basis van het RAD niet kon afleiden dat klager schuldig was aan de tuchtinbreuken. Het RAD vermeldt niet hoe de beambten gezien hebben dat klager goederen uit de werkplaats ontvreemde.
Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting gaf de directie ook zelf aan dat zij eerst nog verder onderzoek zou verrichten naar de celstaat. Daarmee heeft zij bevestigd dat het RAD op zich geen voldoende bewijs was.

De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat het vaststaat dat er naast het RAD bijkomende onderzoekshandelingen nodig werden geacht. Dit werd ook zo aan klager meegedeeld, waardoor bij klager de (terechte) verwachting werd geschept dat de zaak nog verder zou onderzocht worden alvorens een beslissing zou worden genomen. Gelet op het tijdstip van de tuchtbeslissing kan de directie dit verder onderzoek niet gedaan hebben vóór het nemen van de tuchtbeslissing. Mocht zij toch verder onderzoek hebben gedaan, dan heeft zij dit niet aan tegenspraak onderworpen.

De tuchtbeslissing is onwettig. De klacht is gegrond.