Ga verder naar de inhoud

KC05/23-0102

Fondée KC - Brugge Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT – KWALIFICATIE INBREUK

Klager heeft klacht ingediend tegen een tuchtsanctie van één week ATV wegens een tuchtinbreuk van eerste categorie (de opzettelijke aantasting van de orde). Klager aanvaardt op zich de tuchtsanctie. Hij gaat enkel niet akkoord met de benaming ervan in zijn tuchtdossier (‘inslikken verboden substantie’). De zorgvuldigheid die gepaard moet gaan met het opstellen van een tuchtbeslissing strekt zich naar het oordeel van de klachtencommissie eveneens uit tot het inschrijven van een dergelijke beslissing in de tuchtregisters. Dergelijke inschrijvingen gebeuren minstens namens de directeur. De klacht van klager betreft dus een beklagenswaardige beslissing.

Wat betreft de gegrondheid van de klacht, stelt de klachtencommissie vast dat in de tuchtbeslissing als feiten die de tuchtrechtelijke inbreuk vormen 'inslikken verboden substantie' werd ingevuld. Ook op het tuchtregister van klager bij de omschrijving van de inbreuk werd hetzelfde genoteerd. Uit de motivering van de tuchtbeslissing komt echter naar voren dat de directie het inslikken van een verboden substantie niet bewezen achtte. Klager werd bestraft wegens de aantasting van de orde en dit na een misplaatste grap, die heeft geleid tot onnodige overbrengingen, medische onderzoeken en kosten die werden gemaakt in het kader van het onderzoek naar de ware toedracht van de feiten. Dat de directie klager schuldig achtte aan een inbreuk van de opzettelijke aantasting van de orde, zij het door de misplaatste grap die klager had gemaakt, is begrijpelijk. Klager werd dus eigenlijk niet gesanctioneerd omdat hij een verboden substantie had ingeslikt, maar wel omdat hij de orde had aangetast door een misplaatste grap. De sanctionering van klager met één week ATV voor deze feiten was op zich wettig, redelijk en billijk. De tuchtbeslissing en het tuchtregister vermelden echter foutieve feiten waarop de sanctionering was gebaseerd. Zodoende werd hierbij niet de vereiste zorgvuldigheid aan de dag gelegd. Om deze reden is de klacht ontvankelijk en gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bestreden tuchtbeslissing en bepaalt dat haar uitspraak (zie hiervoor de volledige beslissing) in de plaats treedt van de vernietigde beslissing.