Ga verder naar de inhoud

KC05/23-0089

Fondée KC - Brugge Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT – ZORGVULDIGHEIDSPLICHT

Klager heeft klacht ingediend tegen een tuchtsanctie van vijf dagen ATV wegens één tuchtinbreuk van eerste categorie (de opzettelijke aantasting van de orde) en één tuchtinbreuk van tweede categorie (het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel). Klager was tijdens de etensbedeling door het raam aan het roepen en werd door de beambte op sectie aangemaand om daarmee te stoppen. Hij bleef echter roepen. De klachtencommissie stelt vast dat uit het summiere RAD en uit de even summiere motivering van de tuchtbeslissing niet kan worden afgeleid of klager op het moment van de feiten in het Frans of op een andere voor hem begrijpbare manier werd meegedeeld dat hij niet door het raam mocht roepen. Uit het dossier blijkt ook dat klager het Nederlands niet – minstens onvoldoende – machtig is om in deze taal een gesprek te voeren. Klager stelt bovendien dat het zijn eerste keer in de gevangenis is. Dit wordt niet tegengesproken door de directie, waardoor het ook aannemelijk is dat klager niet op de hoogte was van het feit dat hij niet door het raam mocht roepen. De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat de directie, op grond van het bewijsmaterieel waarover zij beschikte, klager niet zomaar schuldig kon achten aan de hem ten laste gelegde feiten. Uit het dossier blijkt niet dat er een zorgvuldige feitenvinding is gebeurd, bv. door verder onderzoek naar de taal waarin het bevel aan klager werd gegeven en of hij dit bevel begrepen had en waaruit dit in voorkomend geval kon worden afgeleid. De klacht is ontvankelijk en gegrond.