Ga verder naar de inhoud

KC05/23-0065

Non fondée KC - Brugge Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT

Klager werd in voorliggende zaak gesanctioneerd omdat hij geen gevolg gaf aan de aanmaningen en bevelen van het personeel en omdat hij loog over uitspraken van een beambte. De directie is tot deze beslissing gekomen op basis van feiten die werden beschreven in een rapport aan de directeur (“RAD”).

De klachtencommissie kan enkel vaststellen dat klager tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting geen tegenindicaties heeft opgeworpen die twijfel deden ontstaan over het RAD. De directie kon de feiten in het RAD dan ook redelijkerwijs voor bewezen beschouwen zonder bijkomende onderzoeksdaden, zoals het bekijken van camerabeelden, te stellen. Klager betwist ook niet dat hij zijn gebed aanvankelijk niet wou stopzetten op vraag van de beambten. Het is met andere woorden bewezen dat klager inderdaad de orders van het personeel niet opvolgde.

De tuchtprocedure is naar het oordeel van de klachtencommissie correct verlopen. Klager kon zich verdedigen over de feiten die hem ten laste werden gelegd.
De tuchtbeslissing is niet onwettig. De opgelegde tuchtsanctie van 1 week ATV is daarnaast niet onredelijk, gelet de directie voor de door klager gepleegde tuchtrechtelijke inbreuken in principe een maximumstraf van 15 dagen ATV kan opleggen.

De klacht is ongegrond.