Ga verder naar de inhoud

KC05/23-0026

Non fondée Irrecevable KC - Brugge Commission des plaintes Autre décision directeur Pas de décision du directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR – BEVOEGDHEID – ARBEID – VERTROUWENSFUNCTIE

Klager heeft twee klachten ingediend.

De eerste klacht is gericht tegen het feit dat klager zijn medicatie niet krijgt. De klachtencommissie is van oordeel dat het niet verstrekken aan klager van bepaalde medicatie een beslissing van een arts betreft. Er is met betrekking tot deze eerste klacht geen beslissing door of namens de directeur voorhanden, noch werd verzuimd of geweigerd om een beslissing te nemen. Deze eerste klacht is niet ontvankelijk.

De tweede klacht gaat over de beslissing van de directie tot weigering om klager te laten werken in een vertrouwensfunctie. De klachtencommissie stelt hierbij dat de directie in beginsel vrij is om te oordelen over de geschiktheid van een gedetineerde voor diens tewerkstelling op een bepaalde werkplaats of in een bepaalde (vertrouwens)functie, daarin begrensd door de vereisten van wettigheid, redelijkheid en billijkheid. De klachtencommissie stelt hierbij dat de detentiegeschiedenis van een gedetineerde in een andere gevangenis geen doorslaggevend motief kan zijn om de gedetineerde in de gevangenis waarnaar hij werd overgeplaatst niet toe te laten om vertrouwensfuncties uit te oefenen. In deze zaak stelt de klachtencommissie evenwel vast dat klager op het moment van zijn aanvraag nog maar enkele weken in de gevangenis van Brugge verbleef. Dat de directie klager dus onvoldoende kende om in hem al het vertrouwen te kunnen stellen dat noodzakelijk gepaard gaat met een ‘vertrouwensfunctie’, is naar het oordeel van de klachtencommissie niet onwettig, onredelijk of onbillijk. Deze tweede klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.