Ga verder naar de inhoud

KC05/23-0017

Fondée KC - Brugge Commission des plaintes Mesure provisoire
VOORLOPIGE MAATREGEL

Klager heeft een klacht ingediend tegen een voorlopige maatregel. Ondanks meerdere herinneringen werd de klachtencommissie niet in het bezit gesteld van het verweer van de directie of enig stuk. Uiteindelijk werden de partijen uitgenodigd voor een hoorzitting. Op deze hoorzitting wenste de directie alsnog een verweer en de bestreden beslissing tot voorlopige maatregel neer te leggen. Aangezien de wettelijke termijn om het verweer en de nodige stukken te bezorgen 48 uren bedraagt en de klachtencommissie na ongeveer 42 dagen en twee herinneringen nog niet beschikte over het verweer en de stukken, besliste de klachtencommissie om deze neerlegging ter zitting niet toe te staan. Aan de directie werd wel toegestaan om ter zitting nog mondelinge opmerkingen te maken met betrekking tot de klacht. De klachtencommissie dient echter vast te stellen dat zij geen daadwerkelijke controle kan uitoefenen op de wettigheid, redelijkheid en billijkheid van de bestreden voorlopige maatregel. Zodoende oordeelt de klachtencommissie in dezen dat enige onduidelijkheid of twijfel in het voordeel van klager moet worden uitgelegd. De klacht is om die reden ontvankelijk en gegrond.