TUCHT – VERBODEN SUBSTANTIES
De klacht is gericht tegen een tuchtsanctie van dertig dagen ATV wegens het bezit van verboden substanties en het niet-naleven van de bepalingen van het huishoudelijk reglement. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie voldoende elementen had om de feiten ten aanzien van klager als bewezen te beschouwen. Zo heeft klager bepaalde feiten toegegeven, maar ontkende hij in het bezit te zijn geweest van verboden substanties. De directie zette echter, in de motivering van de tuchtbeslissing, nader uiteen waarom het volgens haar wel degelijk verboden substanties betrof en waarom zij klager schuldig achtte aan deze tuchtinbreuk. De tuchtbeslissing voldoet ook aan de vereisten van de motiveringsplicht. Uit de tuchtbeslissing blijkt duidelijk welke feiten klager ten laste werden gelegd en welke daaraan gekoppelde tuchtinbreuken de directie ten aanzien van hem bewezen achtte. Daarnaast heeft de directie in de tuchtbeslissing voldoende geïndividualiseerde en specifieke elementen vermeld die haar hebben bewogen tot het weerhouden van de inbreuken en het opleggen van de sanctie. Zodoende is zowel in rechte als in feite voor klager duidelijk waarom en op basis van welke overwegingen de directie hem heeft gesanctioneerd. De klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.
De klacht is gericht tegen een tuchtsanctie van dertig dagen ATV wegens het bezit van verboden substanties en het niet-naleven van de bepalingen van het huishoudelijk reglement. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie voldoende elementen had om de feiten ten aanzien van klager als bewezen te beschouwen. Zo heeft klager bepaalde feiten toegegeven, maar ontkende hij in het bezit te zijn geweest van verboden substanties. De directie zette echter, in de motivering van de tuchtbeslissing, nader uiteen waarom het volgens haar wel degelijk verboden substanties betrof en waarom zij klager schuldig achtte aan deze tuchtinbreuk. De tuchtbeslissing voldoet ook aan de vereisten van de motiveringsplicht. Uit de tuchtbeslissing blijkt duidelijk welke feiten klager ten laste werden gelegd en welke daaraan gekoppelde tuchtinbreuken de directie ten aanzien van hem bewezen achtte. Daarnaast heeft de directie in de tuchtbeslissing voldoende geïndividualiseerde en specifieke elementen vermeld die haar hebben bewogen tot het weerhouden van de inbreuken en het opleggen van de sanctie. Zodoende is zowel in rechte als in feite voor klager duidelijk waarom en op basis van welke overwegingen de directie hem heeft gesanctioneerd. De klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.