Ga verder naar de inhoud

KC05/22-0185

Non fondée KC - Brugge Commission des plaintes Mesure de sécurité particulière
BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL

Klager heeft klacht ingediend tegen een voorlopige maatregel en het opleggen en twee keer verlengen van een bijzondere veiligheidsmaatregel. De klachten geregistreerd onder de nummers KC05/22-0182 en KC05/22-0185 gaan over het opleggen en verlengen van de bijzondere veiligheidsmaatregel.

De klachtencommissie merkt vooreerst op dat de in het dossier KC05/22-0180 vastgestelde onwettigheid van de voorlopige maatregel niet noodzakelijk tot gevolg heeft dat de daaropvolgende bijzondere veiligheidsmaatregel onmiddellijk ook onwettig is. Zij stelt ook vast dat de directie niet onwettig, noch onredelijk of onbillijk heeft gehandeld door het opleggen van een bijzondere veiligheidsmaatregel ten aanzien van klager. Ook de eerste en tweede verlenging zijn niet onwettig, onredelijk of onbillijk. Zo bestonden er ernstige aanwijzingen van een gevaar voor de orde of de veiligheid, meer bepaald het risico dat klager zichzelf in de nabije toekomst (ernstig) zou verwonden. De initiële oplegging en eerste en tweede verlenging werden telkens ook degelijk en voldoende gemotiveerd. Uit de motiveringen blijkt dat de directie niet zomaar dezelfde en identieke motivering hanteerde, maar de actuele toestand van klager in ogenschouw nam.

De klachtencommissie wenst ten slotte wel op te merken dat het betreurenswaardig is dat klager pas veertien dagen na de opstart van de voorlopige maatregel voor het eerst een psychiater heeft gezien. Deze situatie is des te prangend, aangezien de verlenging(en) dan wel stopzetting van de bijzondere veiligheidsmaatregel – begrijpelijkerwijs – afhankelijk werden gemaakt van het advies van een psychiater. Uit het dossier blijkt echter dat de directie de psychiater meerdere malen heeft gevraagd om langs te gaan bij klager, zodat haar op dit vlak niets te verwijten valt. Deze klachten zijn dus ontvankelijk, maar niet gegrond.