Ga verder naar de inhoud

KC05/22-0157

Fondée KC - Brugge Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT – MOTIVERING

Klager heeft klacht ingediend tegen een tuchtbeslissing. De klachtencommissie brengt vooreerst de relevante principes over de motivering van (tucht)beslissingen in herinnering. Zij stelt vervolgens vast dat de tuchtbeslissing ten aanzien van klager betrekking had op verschillende feiten die in twee RAD's werden opgenomen. Hoewel klager, zoals werd toegelicht door de directie op de hoorzitting van de klachtencommissie, niet zou bestraft zijn voor de feiten uit het tweede RAD, kan uit de stukken van het tuchtdossier en het schriftelijke verweer van de directie worden afgeleid dat klager hier wel degelijk voor werd gesanctioneerd. Uit het niet-vermelden van ten laste gelegde feiten in de motivering van een tuchtbeslissing is het voor een gedetineerde niet duidelijk of dit een vergetelheid betreft, dan wel of hij tuchtrechtelijk werd vrijgesproken voor deze feiten. Los van het gegeven dat de directie de feiten uit het eerste RAD ten aanzien van klager naar het oordeel van de klachtencommissie wel als bewezen kon beschouwen, maakt de gebrekkige motivering de bestreden tuchtbeslissing in zijn geheel onwettig. Klager kon volgens de klachtencommissie op basis van de tuchtbeslissing niet weten voor welke feiten hij werd bestraft en voor welke niet. Zo is het door de gebrekkige motivering onduidelijk of de onschuld van klager voor de feiten van de vernielingen al dan niet heeft meegespeeld bij het bepalen van de soort sanctie en/of de hoogte van die gekozen sanctie. De klacht is ontvankelijk en gegrond.