Ga verder naar de inhoud

KC05/22-0149

Fondée KC - Brugge Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT – MOTIVERING

Klager heeft klacht ingediend tegen een tuchtbeslissing. De klachtencommissie brengt vooreerst de relevante principes over de motivering van (tucht)beslissingen in herinnering. De klachtencommissie is van oordeel dat de motivering van de tuchtbeslissing ten aanzien van klager vaag en niet geïndividualiseerd is en zodoende indruist tegen de vereiste motiveringsplicht. Zo wordt door de directie verwezen naar een onderzoek, zonder dat uit de stukken blijkt waaruit dit onderzoek bestond, dan wel of klager met de resultaten van dit onderzoek werd geconfronteerd en of hij zich hiertegen heeft kunnen verdedigen. Uit het RAD blijkt ook dat de medegedetineerde klager heeft bedreigd. De klachtencommissie ziet niet in op basis van welke concrete, feitelijke gegevens de directie tot het oordeel is gekomen dat klager de psychische integriteit van zijn medegedetineerde zou hebben aangetast of daarmee zou hebben gedreigd. Klager kan op basis van tegenstrijdigheden in de tuchtbeslissing en motivering bovendien ook niet weten voor welke tuchtrechtelijke inbreuken hij specifiek werd bestraft. De klacht is ontvankelijk en gegrond.