Ga verder naar de inhoud

KC05/22-0137

Non fondée Irrecevable KC - Brugge Commission des plaintes Pas de décision du directeur Mesure d'ordre
GEEN BESLISSING DIRECTEUR – BEVOEGDHEID – ORDEMAATREGEL – ONTSLAG

Klaagster heeft twee klachten ingediend.

De eerste klacht gaat over pestgedrag door medegedetineerden en personeelsleden. De klachtencommissie is van oordeel dat er in deze zaak geen duidelijke, geïndividualiseerde beslissing voorhanden is ten aanzien van klaagster waarover zij zich beklaagt. Noch wordt aannemelijk gemaakt dat de directie verzuimd heeft of geweigerd heeft om een beslissing te nemen. Deze eerste klacht is niet ontvankelijk.

De tweede klacht gaat over een ordemaatregel waarbij klaagster van haar werk werd afgezet. Hoewel de directie dit oorspronkelijk tegensprak, werd er wel degelijk een tuchtprocedure gevoerd ten aanzien van klaagster. In de tuchtbeslissing werd vermeld: “geen tuchtsanctie, wordt afgezet van het werk in de wasserij via een interne ordemaatregel”. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie bij het nemen van de bestreden ordemaatregel geen bestraffende intentie had. Hoewel de tuchtbeslissing op dit vlak duidelijker had kunnen worden gemotiveerd – en dan vooral de specifieke reden(en) waarom de directie blijkbaar “geen tuchtsanctie” nodig achtte – blijkt voor de klachtencommissie uit de motivering van de ordemaatregel dat de directie de afzetting van het werk niet heeft genomen vanuit een repressieve insteek. De motivering geeft duidelijk meerdere redenen waarom de directie een verdere tewerkstelling van klaagster in de wasserij niet meer mogelijk en wenselijk achtte. Deze tweede klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.