Ga verder naar de inhoud

BC/23-0035

Non fondée Beroepscommissie Commission d'Appel Mesure d'ordre
ORDEMAATREGEL - ARBEID - AFZETTING VAN WERK

In dit dossier behandelt de beroepscommissie een beroep van de klaagster tegen de afwijzende beslissing van de klachtencommissie. Het beroep werd door de beroepscommissie ontvankelijk, doch ongegrond verklaard.

Klaagster werd bij wijze van ordemaatregel ontzet uit haar functie in de wasserij van de gevangenis. De aanleiding hiervoor was een RAD, dat melding maakte van de verbaal agressieve en ordeverstorende houding van klaagster. Dit gedrag leidde dagelijks tot ruzies in de wasserij, waardoor de aanwezigheid van klaagster er niet langer houdbaar bleek. De klaagster ging echter niet akkoord met die vaststelling. Zij was de mening toegedaan dat zij enkel reageerde op pesterijen van anderen. Dit meningsverschil vormt de grond voor zowel de initiële klacht als het beroep tegen de afwijzende beslissing van de klachtencommissie.

De beroepscommissie stelt vast dat de directie een discretionaire bevoegdheid heeft om te oordelen of iemand al dan niet geschikt is voor een bepaalde functie. Daarbovenop is het voor de beroepscommissie hoe dan ook duidelijk dat de situatie op de werkvloer niet langer werkbaar was. Er zijn voldoende elementen die de ontslagbeslissing rechtvaardigen. Om die reden bevestigt de beroepscommissie de beslissing van de klachtencommissie, waardoor de ordemaatregel gehandhaafd blijft.