Ga verder naar de inhoud

KC05/22-0093

Non fondée KC - Brugge Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT – VERBODEN SUBSTANTIES – BEWIJS – ZORGVULDIGHEIDSPLICHT

De klacht van klager is gericht tegen een tuchtsanctie. Naar aanleiding van een celcontrole in de verblijfsruimte die klager deelde met zijn celgenoot, werden verboden substanties gevonden in een toegeplakt deel bovenaan een kast. Klager stelt dat hij ervan overtuigd was dat deze cel in orde was en hij zeker geen dingen afbreekt. De directie reikt op haar beurt verschillende argumenten aan waaruit zij heeft afgeleid dat het verhaal van klager ongeloofwaardig is. Zo heeft de directie o.a. de door klager ondertekende celstaat voorgelegd. Daarop staan verschillende gebreken vermeld, waaronder ook gebreken die waren vastgesteld bovenaan de kasten. Na analyse van het dossier oordeelt de klachtencommissie dat de directie wel degelijk voldoende elementen had om de feiten ten aanzien van klager als bewezen te beschouwen. De directie heeft ook in haar onderzoek de nodige zorgvuldigheid aan de dag gelegd en aangetoond waarom de beweringen van klager ongeloofwaardig zijn. Deze klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.