Ga verder naar de inhoud

KC05/22-0090

Non fondée KC - Brugge Commission des plaintes Autre décision directeur Disciplinaire
TUCHT – VERBODEN SUBSTANTIES – BEWIJS – ZORGVULDIGHEIDSPLICHT – SCHADE

Klager diende twee klachten in.

De eerste klacht is gericht tegen een tuchtsanctie. Naar aanleiding van een celcontrole in de verblijfsruimte die klager deelde met zijn celgenoot, werden verboden substanties gevonden in een toegeplakt deel bovenaan een kast. Klager stelt dat hij deze cel bij binnenkomst helemaal heeft gecontroleerd, maar dit gebrek bovenaan de kast niet had opgemerkt. De directie reikt op haar beurt verschillende argumenten aan waaruit zij heeft afgeleid dat het verhaal van klager ongeloofwaardig is. Zo heeft de directie o.a. de door klager ondertekende celstaat voorgelegd. Daarop staan verschillende gebreken vermeld, waaronder ook gebreken die waren vastgesteld bovenaan de kasten. Na analyse van het dossier oordeelt de klachtencommissie dat de directie wel degelijk voldoende elementen had om de feiten ten aanzien van klager als bewezen te beschouwen. De directie heeft ook in haar onderzoek de nodige zorgvuldigheid aan de dag gelegd en aangetoond waarom de beweringen van klager ongeloofwaardig zijn. Deze klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.

De tweede klacht van klager is gericht tegen het feit dat hij de schade dient te vergoeden die werd toegebracht aan zijn cel en die werd vastgesteld naar aanleiding van de celcontrole (zie ook de eerste klacht). De klachtencommissie wijst erop dat de eerste klacht van klager met betrekking tot zijn tuchtsanctie ongegrond was. Dit impliceert dat de directie terecht de aan de verblijfsruimte aangebrachte schade kon terugvorderen van klager. Deze klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.