Ga verder naar de inhoud

KC05/22-0084

Fondée Compensation KC - Brugge Commission des plaintes Fouille à corps
FOUILLE LICHAAM – MOTIVERING – TEGEMOETKOMING

Klager dient klacht in tegen een beslissing tot fouillering op zijn lichaam. Klager werpt ten eerste op dat de beslissing niet werd genomen door een directeur, maar door een attaché managementondersteuning. De klachtencommissie treedt dit eerste onderdeel van de klacht niet bij. Het desbetreffende personeelslid werd door DG EPI aangewezen om onder het gezag van het inrichtingshoofd taken uit te voeren die de wet aan de directeur heeft toevertrouwd. Dit personeelslid valt dus onder de definitie van ‘directeur’ uit de Basiswet.

Ten tweede stelt klager dat op de beslissing tot fouillering een verkeerde voornaam wordt vermeld. Ten derde argumenteert hij dat op diezelfde beslissing foutieve tijdstippen worden vermeld. Ten vierde vindt klager de motivering van de fouillering (“Naar aanleiding van verdachte handelingen”) onduidelijk. De directie geeft in haar verweer toe dat deze motivering te vaag is en onvoldoende werd geïndividualiseerd. De klachtencommissie treedt dit tweede, derde en vierde onderdeel van de klacht bij. Uit dergelijke summiere motivering blijkt niet waarom in het specifieke, individuele geval van klager een fouillering op zijn lichaam gerechtvaardigd was. Daarenboven werden inderdaad nog verschillende andere fouten gemaakt in de beslissing. Uit het samengaan van de summiere motivering en deze fouten blijkt dat de beslissing tot fouillering onzorgvuldig werd opgesteld. De klacht is ontvankelijk en gegrond.

Aangezien klager de onwettige fouillering op zijn lichaam heeft ondergaan, kent de klachtencommissie hem een tegemoetkoming toe van 3 dagen extra individuele wandeling.